‘Daar stonden we dan, voor een gesloten hotel. Woensdag raasden we nog over de Noord-Franse kasseien waar ook de ‘grote coureurs’ van Parijs-Roubaix over vliegen. En vandaag hadden we een hele dag, in de blakende zon, over glooiende wegen en zelfs een stukje off-road, gereden. Prachtig, heel ons beeld van het grauwe Noord-Frankrijk is aangepast. Tot we dus voor de gesloten deur van ons hotel stonden in Villers-Cotterêts. Toch wisten de uitbaters dat we er aan kwamen. Alle beschikbare nummers belden we, maar niemand nam op. Yolanda waagde zich zelfs over de omheining om eens op de ramen te kloppen, maar helaas. Nochtans was ze zeker dat er iemand was, want ze hoorde verdachte lawaaitjes. We konden dus niet anders concluderen dat de eigenaars wat aan het rollebollen waren. Het is per slot van rekening la douce France en wie zijn wij om mensen die elkaar graag zien te storen ? We lieten het niet aan ons hart komen en genoten in het dorpscentrum van een terrasje. Onze benen lieten we even verfrissen in de fontein op het dorpsplein. En of we konden rekenen op heel wat belangstelling van de mannen! Rond 18 uur reden we terug naar de tortelduifjes in het hotel die ons met uitgestreken gezicht verwelkomden. La douce France!’