In het wetsontwerp, deels het werk van de internationale Anti-Fur Coalition, wordt aangehaald dat er niet langer een nood is aan bont, aangezien er voldoende synthetische alternatieven zijn met dezelfde positieve eigenschappen.

Het voorstel wordt gesteund door acht leden van de Knesset, het Israëlische parlement, maar heeft nog een lange weg af te leggen voor het door het volledige parlement kan worden goedgekeurd.

Traditionele gebruiken

Het is niet de eerste keer dat het Israëlische parlement dergelijk voorstel op tafel legt. Twee jaar geleden had het land al hetzelfde idee, maar dat kreeg toen veel tegenwind door de Haredische gemeenschap die zich kenmerkt door het dragen van een bonten muts. Het nieuwe wetsvoorstel zou daarom wel nog toelaten dat bont wordt verkocht voor wetenschappelijke doeleinden, traditionele gebruiken of het uitdrukken van een culturele identiteit.

Als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd, wordt Israël het eerste land dat een algemeen verbod op de verkoop van bont invoert, naar het voorbeeld van steden zoals het Ierse Dublin en Fingal, en West Hollywood. Wel geldt er in Israël - net als in vele andere landen - al een productieverbod, een teken voor de actievoerders dat een uitbreiding van de wetgeving gegrond is.