Het is algemeen geweten dat de mens 5.300 jaar geleden voor het eerst naar dat deel van de regio Blackbird Leys kwam dat bekend zou worden onder de naam Oxford. Er gebeurde niet veel tot iemand daar 2.000 jaar later een cirkelvormig ecohuis bouwde en nog iemand anders een weefgetouw. Vervolgens gebeurde er weer niets tot jonge mannelijke bewoners in 1991 een nieuwe sport uitvonden. Ze gingen in welstellende buurten een auto stelen om er al slippend mee rond te sjezen in hun eigen woonwijken. Het duurde niet lang vooraleer nieuwsploegen van over de hele wereld toestroomden om die jonge kerels te filmen terwijl ze tegen postbussen en lantaarnpalen stuiterden, onder het oog van een joelend publiek. Als de politie probeerde het tumult te laten ophouden, uitte de menigte haar ongenoegen door met stenen te gooien en te loeien als koeien. Daardoor kwamen er nog meer filmploegen opdagen. Waardoor nog meer op aandacht beluste jongemannen nog meer auto's gingen stelen. De gekte verspreidde zich snel en op enkele maanden tijd begonnen over het hele land jonge gasten uit sociale woonwijken de avond door te brengen door met andermans auto's rond filialen van Dixons en Woolworths te vlammen. Een bocht maken met de handrem in een shoppingcenter was een tijd lang populairder dan voetbal.

Vanzelfsprekend waaide de gekte uiteindelijk over en gingen de jongemannen van Blackbird Leys na een tijdje terug doen wat ze al duizenden jaren deden: meestal aan bushokjes rondhangen en kauwgom eten. Maar ze lieten wel twee erfenissen na. Nr 1: je kon niet langer een auto stelen met het stokje van een lolly en een verbogen kleerhanger. Nr. 2: ze betekenden het einde van de snelle hatchback. Hij werd midden jaren 70 bedacht en het recept was eenvoudig. Je nam een gewone, gemakkelijk te parkeren en gemakkelijk te besturen hatchback en stopte een zware motor onder de kap. Het bleek een immens populaire formule, zozeer zelfs dat midden jaren 80 van alle in Groot-Brittannië verkochte Ford Escorts 15% opgepepte XR3's waren en van alle Volkswagen Golfs 20% GTI's.

Dat soort auto's maakte geen onderscheid tussen klassen. Hoorays (spotnaam voor welstellende jongeren, nvdr.) uit Fulham reden ermee en moeders die kinderen naar school brachten in Castle Bromwich. Ik ken iemand die zijn Gordon-Keeble (exclusieve Engelse coupé uit de jaren 60, nvdr.) inruilde voor een Golf GTI. Er stond ook geen leeftijd op en ze waren even populair bij tieners als oudere mensen. Maar na de ramkrakers en de joyriders en de nieuwsbeelden van Gary die door Blackbird Leys stoof in andermans MG Maestro turbo werd de snelle hatchback synoniem voor schofterigheid. Een achterstevoren gedragen baseballpet met Burberrylogo met ruitenwissers en een vervallen taksplaat. Maar nu. Mocht ik de baas zijn van een automerk, dan zou ik de mensen zo gauw mogelijk terug in snelle hatchbacks willen, omdat ze buitengewoon winstgevend zijn. Ik zou dan ook alles doen wat in mijn macht lag om het schoffie-etiket af te schudden, op dezelfde manier als Stella Artois van zijn 'vrouwen slaan'-imago probeert af te geraken door erop te blijven hameren dat het enkel hopsoorten gebruikt die Latijn spreken en pittig water uit bergbronnen.

Maar neen. Elke snelle Ford is versierd met prullen die niet zouden misstaan op de schoorsteenmantel van Wayne Rooney en Coleen. En allemaal zijn ze geschilderd in limoengroen of felblauw of matzwart. Ze zijn zo subtiel als aangevallen worden door een haai terwijl je zo stoned bent als een garnaal. Renault doet even kinderachtig. Snelle versies van de Mégane en de Clio zien eruit alsof ze recht van een speelplaats zijn geplukt. 'Kijk naar mij', lijken ze te zeggen. 'Ik heb de mentale leeftijd van een kind van negen'. En zo belanden we bij het onderwerp van de test van vandaag. De nieuwe Vauxhall Astra VXR, die bij mij thuis werd afgeleverd met een optionele achtervleugel, die door een Aziatische slipkampioen zou worden afgedaan als 'een beetje erover', en reusachtige 20 inch-velgen van Fisher-Price. Zelfs zonder die extra's heeft hij meer juwelen en versierselen dan P Diddy op een rappersconventie. Het is een auto die maar één simpele boodschap kwijt wil aan andere weggebruikers. En die boodschap luidt als volgt: 'Ik ben buitengewoon onintelligent.' Dat is vervelend want onder de rommel schuilt niet alleen een zeer leuke auto maar ook een redelijk slimme. Omdat de turbogeladen 2 litermotor een verbluffende 276 pk produceert, wat er met voorsprong de meest krachtige wagen in zijn klasse van maakt, is er veel onzichtbaar werk verricht om ervoor te zorgen dat de voorwielen er niet afvallen telkens je het gaspedaal induwt.

Vooraan is hij uitgerust met wat Vauxhall een HiPerStrutophangung noemt, die ontworpen is voor een optimale stand van de wielen in de bochten en om te vermijden dat het stuur gaat 'trekken', en daar is nog een passend mechanisch differentieel aan toegevoegd. Ford gebruikte min of meer hetzelfde concept voor zijn meest recente Focus RS. Maar Vauxhall gaat zelfs nog verder want de VRX heeft een instelbaar onderstel en 'zwevende' schijfremmen vooraan die zijn ontworpen om het onafgeveerde gewicht te verminderen. Vergis je niet: de onderkant van deze auto is bedacht door iemand die nadacht, en gefinancierd door een bedrijf dat duidelijk de geest van de Vectra wil begraven en serieus genomen worden. Ik moet toegeven. De VXR is erg, erg goed. Hij gaat er vandoor als een speer, remt bijna cartoonesk abrupt en neemt bochten zonder enig probleem. Hij is minder opwindend dan een snelle Mégane –hij is veel zwaarder– maar wat je verliest in Stowe Corner (een befaamde bocht in het circuit van Silverstone, nvdr.) win je alle andere dagen van het jaar omdat het rijcomfort uitzonderlijk is. Ondanks dat de banden het profiel hebben van een laag verf is dit een auto die gewoon over bulten glijdt.

Er zit een Sportknop op die de ophanging stijver maakt, en een zogenaamde VXR-knop die de respons van het gaspedaal aanpast, de hydraulische stuurbekrachtiging zwaarder maakt, de vering harder maakt en alle wijzerplaten rood laat oplichten. Maar ik raad je aan geen van beide ooit te gebruiken. Want wat ze grosso modo doen is 10% dynamiek toevoegen en 100% comfort wegnemen. Er zij een paar kleinigheden. Ondanks alle inspanningen van Vauxhall wriemelt het stuur nog altijd bij felle acceleraties, en er is meer turbovertraging dan ik graag heb. Binnenin ergerde de rijpositie me het meest van al. Na een poosje kreeg ik kramp. En wie dacht dat het een goed idee was om een centrale armsteun te plaatsen die de grotere bestuurder verhindert om naar tweede, vierde en zesde te schakelen? Ook waren de voorwielen niet goed uitgebalanceerd. Grrrr. Oh, en dan was er nog de kofferklep die niet wilde open gaan. Ik ben zeker dat er ergens een slimme knop verstopt zit, maar om hem te vinden zou ik het handboek moeten gelezen hebben. En dat kan ik niet doen want ik ben een man. Geen van die dingen zou je er echter moeten van weerhouden om een goed bedachte en goed gebouwde auto te kopen. Maar wat je twee keer zou kunnen doen nadenken is de lompe opsmuk, de hoge prijs en het feit dat je op feestjes aan mensen moet vertellen dat je een Vauxhall Astra hebt gekocht. Als die dingen een kruis vormen dat te zwaar is om te dragen, is dat het einde van de wereld niet. Want gelukkig kan Volkswagen je nog altijd een snelle hatchback verkopen waarmee je niet voor een dwaze imbeciel doorgaat. Hij is niet zo indrukwekkend als de Astra. Maar hij is niet zo onnozel. Het is de Golf GTI.
 
Onder de kap
Motor: 1998 cc, 4 cilinders
Vermogen: 280 pk
Koppel: 400 Nm
Overbrenging: Manueel, 6 versnellingen
Topsnelheid: 250 km/u
Acceleratie: In 5,9 s. van 0 tot 100 km/u
CO*-uitstoot: 189 g/km
Verbruik: 8,1 l/100 km
Prijs: 30.950 euro

Clarksons verdict
Een slimme auto voor dwaze mensen