Dag 1: Sankt Michael-Murau (55 kilometer)
Voor de start van onze fietsreis moeten we naar de bron van de Mur. De rivier die een week lang onze gids zal zijn, ontspringt in het Nationaal Park de Hohe Tauern in de Salzburgse Lungau, een streek met ruige bergtoppen, bruisende watervallen, intens groene weiden en dichte naaldbossen.

Na een overnachting in het bergdorp Sankt-Michael, zijn we klaar voor de eerste etappe van onze grote trek. Met het hoogstnodige voor onderweg –water, wegbeschrijvingen, landkaarten en regenkledij– zijn onze fietstassen al gevuld. Al goed dat onze koffers door de plaatselijke bagagevervoerdienst telkens naar ons volgende hotel worden gebracht. Gezwind fietsen we naast de Mur, hier nog niet meer dan een vrolijk kabbelende bergbeek. Vanuit het zadel zien we de hele tijd bergen, zonder dat we ze moeten beklimmen, wat wil een mens nog meer? Het landschap blijkt even afwisselend als ons was beloofd. Nu eens fietsen we door versgemaaide alpenweiden, dan weer door geurige dennenbossen, later volgen aardappel- en graanvelden.

In Tamsweg, een stadje met een levendig marktplein en heel wat kerken en musea, houden we een korte stop. Eens voorbij Tamsweg wordt de rivier breder en de bergen minder hoog. Het geruis van de rivier is het enige geluid dat we horen. Bij aankomst in Murau treffen we een romantisch oud stadje, waar net de houtfeesten aan de gang zijn. De streek rond Murau is zeer bosrijk, en Murau ligt op de 'Holzstrasse', een route die door 25 gemeenten voert. Murau is ook erg trots op zijn architectuur: er zijn goed bewaarde middeleeuwse gebouwen, maar het stadje viel ook al in de prijzen met zijn moderne architectuur. Onze eerste fietsdag hebben we zonder kleerscheuren doorstaan. Meer zelfs: we hebben genoten. We kunnen zelfvoldaan naar bed.

Dag 2: Murau-Weisskirchen (70 kilometer)
Het grootste deel van de Murroute loopt vlak langs het water. Op een aantal trajecten is dit niet mogelijk en worden de fietsers verder van het water weggeleid. Dat betekent dan geen vlak parcours, maar bergop en bergaf. Zo'n rit staat vandaag op het programma. Toegegeven: dit is afzien. Zeker als er ook nog eens een onweer op ons hoofd valt. Waarom we hier in godsnaam zelf voor gekozen hebben, vraag ik me af tijdens de zoveelste kuitenbijtende beklimming. Tenslotte hadden we evengoed op een of ander strand kunnen liggen.

Waarom een mens dit zichzelf aandoet? Omdat dit soort vakanties je laten voelen dat je lééft, besef ik even later, wanneer de donkere hemel is uitgeklaard en ik de frisse na-regen-lucht opsnuif. In geen tijd droogt de alweer brandende zon mijn kleddernatte pak op. En dan zien we onze geliefde rivier terug. Grüss Gott! klinkt het hartelijk, telkens we andere fietsers tegenkomen. Het zijn altijd dezelfden, hebben we na een paar dagen door. Op de gemoedelijk terrasjes raken we dan ook makkelijk aan de praat met collega-Radlers. Ondertussen hebben we de Lungau verlaten en zijn we de grens met Steiermark, het zogenaamde groene hart van Oostenrijk, overgestoken. We fietsen door weiden en bossen, en door dorpjes met huisjes versierd met kleurige bloemen. Op de heuvels staan mooie kerkjes en hier en daar ontwaren we een Stift of kasteel in de verte. We constateren met genoegen dat de bergen stilaan minder hoog worden. Het groen maakt plaats voor het goudgeel van graan en strobalen.

En dan, eindelijk, zien we in de verte de toren van de witte kerk van Weisskirchen. Dat dit wel de zwaarste etappe van de hele Murradweg was, we horen het de gastheer van Gasthof Bräuer graag zeggen. Eten en slapen, het is al wat we nog kunnen.

Dag 3: Weisskirchen – Oberaich (60 kilometer)
De zware tocht van gisteren indachtig, zijn we vanochtend voor dag en dauw vertrokken. Het landschap oogt alweer anders dan de voorbije dagen: we rijden nu door pioenvelden. Wie wil, kan hier en daar zelf bloemen plukken en geld achterlaten in de automatische kassa. Ook de ochtendkrant wordt hier puur op vertrouwen verkocht: je neemt een exemplaar uit een plastic zak op een van de talrijke plekjes langs de weg, de centen werp je in een ander zakje.
Na de pioenvelden volgen lappendekens van goudgele akkers, maïsvelden en fruitgaarden. En lieflijke dorpjes met al even lieflijke namen als Apfelberg en Spielberg. We genieten van de gezonde lucht en van het geluid van de krekels. En van de rust, want we zijn hier nagenoeg alleen.

De route is gelukkig vlakker dan gisteren, maar jammer genoeg moeten we ook enkele langere stukken naast de grote weg trotseren. Tegen lunchtijd zijn we in Leoben, zoals we hadden gehoopt. Het universiteitsstadje maakt de beloftes uit de reisgids helemaal waar: er vallen prachtige pastelkleurige gebouwen uit de classicistische barok te bewonderen. En op de vele terrasjes is het heerlijk toeven. Maar dan moeten we alweer de fiets op, voor weer een fijn stukje Murroute, met glooiende alpenweiden met mooie boerderijen en geelgeschilderde kerkjes. We zien ook de eerste zonnebloemen opduiken.

Dag 4: Oberaich-Graz (65 kilometer)
In Oberaich nemen we het jaagpad langs de rivier, dat omzoomd is door massa's roze bloemen. Al na een kwartier staan we in de ontwakende stad Bruck. In de schaduw van het Rathaus met zijn hoge toren worden de eerste koffies van de dag geserveerd. Na Bruck slingert het fietspad zich weer door groene heuvels en zien we weer die roze bloemen verschijnen. Het gaat omhoog en omlaag, maar zelden wordt het echt steil, zodat we gezwind vooruit gaan. Tot de techniek ons in de steek laat –de ketting eraf. Maar kijk we hebben geluk: de fietsenmaker van het lieflijke Frohnleiten regelt dat wel even, terwijl wij koffie drinken op het schattige dorpsplein met huizen in pasteltinten en een roze kerkje.

Wat volgt is opnieuw een idyllisch stuk langs de rivier. Later wordt het landschap wat woester, dan rijden we weer door loofbossen en maïsvelden. Alleen het laatste stuk voor Graz is weer wat lastiger. Omdat de kilometers zich manifesteren in onze kuiten. Omdat de zon brandt. En omdat we verkeerd zijn gereden. De routebewegwijzering is hier dan ook niet ideaal. De rand van Graz is nochtans mooi en groen, als je tenminste de juiste invalsweg kiest. Graz geniet trouwens de reputatie van meest fietsvriendelijke stad van Oostenrijk, en de fiets blijkt hier inderdaad een veelgebruikt vervoermiddel, net als de rollerblades.

Graz is de tweede stad van Oostenrijk. Die 'Schöne des Südens' wordt de stad bij de Sloveense grens genoemd. Ons hart heeft ze meteen gestolen, met haar gratie en haar mediterrane flair. We nemen de ultramoderne kabellift, die ons met duizelingwekkende snelheid langs de rotswand naar omhoog stuwt, naar de Schlossberg. Van het oorspronkelijke kasteel is alleen de Uhrturm klokkentoren overgebleven. Hier kom je dan ook vooral voor het uitzicht op de rode daken en de kerktorens van de stad –het oude centrum is Unescowerelderfgoed. Terug beneden lopen we richting rivier om het Aiola Island of 'Mur Insel' te bewonderen –een indrukwekkende structuur in staal en glas van 47 meter lang, in de vorm van een knoop, gebouwd toen Graz in 2003 Culturele Hoofdstad van Europa was. Het stalen eiland doet sindsdien dienst als multifunctionele publieke ruimte en theater, in de koepel zitten een café en een kinderspeeltuin. In de buurt van de Hauptplatz vallen oudroze barokke paleizen te bewonderen. En ook voor shoppers is Graz een feest, alleen al met de vele designwinkels.

Dag 5: Graz-Oberpurkla (85 kilometer)
Het is dan ook met enige tegenzin dat wij de volgende ochtend de stad verlaten, langs de rivier die ondertussen een beetje de onze is geworden. Al snel zitten we volop in het Zuid-Steirische heuvelland. Dit lijkt Oostenrijk niet meer: in de verste verte is geen berg te zien. Kilometerslang rijden we tussen de pompoenvelden, dan slingeren de smalle fietspaden zich tussen muren van maïs. In de dorpjes verraadt de intense geur de aanwezigheid van olieperserijen. De streek staat bekend om zijn Kurbiskernöl (pompoenzaadolie), gekscherend ook wel 'Steirische Viagra' genoemd. Wat daarvan aan is, weten we niet, maar rijk aan vitaminen en mineralen zijn de geperste pompoenpitten in ieder geval.

Aan de overkant van de Mur zien we Slovenië liggen. Stilaan verandert de sfeer. Alles wordt wat desolater. Niet alleen het landschap, ook de huizen en de boerderijen zien er minder keurig en afgewerkt uit, de eet- en drankgelegenheden ogen groezeliger, zelfs de mensen komen in deze streek wat ruwer over. Verder valt weer de enorme rust op. We passeren langs ingeslapen dorpen. Een geel kerkje, een paar huizen en dat is het. Relaxed is het alleszins, geen auto's te bespeuren, zelfs de fietsers die we kruisen zijn op twee handen te tellen.

Dag 6: Oberpurkla – Bad Radkersburg (30 kilometer)
Als we dat willen, kunnen we in een goed half uur in Bad Radkersburg staan, het eindpunt van onze tocht. Maar we willen de romantische wijnheuvels waar deze streek voor bekendstaat, niet missen. De wijnspecialiteit van de regio is de Klöcher Traminer, een wijn met een krachtige geur en smaak en een lange afdronk. En dus fietsen we in de brandende zon een laatste keer de glooiende heuvels op. De streek was vroeger vulkanisch, wat de vruchtbare grond verklaart. We fietsen door mooie wijngaarden, met witte en rode druiven. Verder veel appelbomen, en pastelkleurige huisjes en kapelletjes. En weidse vergezichten en vreedzame rust, enkel verstoord door het getjilp van vogels.

In de verte duikt na onze omweg de burcht van Bad Radkersburg op. Onze eindbestemming blijkt een aangename verrassing. Het stadje op de grens met Slovenië was eeuwenlang een belangrijk handelscentrum. In de idyllische oude stad zijn de rijke gebouwen uit middeleeuwen, renaissance en barok met liefde gerestaureerd. Ze ogen heel on-Oostenrijks, eerder mediterraan. Ook relaxen in de Thermen of warmwaterbronnen is een optie, want dit stadje staat ook bekend als kuuroord. En dan is het tijd om afscheid te nemen van onze rivier, voor die Slovenië in stroomt. Met 370 km in de benen keren we voldaan met de bus terug naar Sankt-Michael, een rit die 3,5 uur duurt. Eén ding is zeker: wij moeten bij thuiskomst niet naar de sportschool om onze vakantiekilo's weg te werken!