Al zijn vrije tijd brengt Roland Dequae op de fiets door. Al van jongs af is hij bezeten door de wielermicrobe. In zijn jeugdjaren reed hij zelfs nog met wijlen Jean-Pierre Monseré, en op zijn 63ste maalt hij nog altijd elk jaar een paar duizend kilometer met de fiets af.

Zondag verscheen hij samen met zijn vrouw aan de start van de klassieker Izegem-Belle-Izegem. Ze kozen voor de langste tocht: die van honderd kilometer. ‘

‘Ondanks de hitte verliep alles goed. Maar in Zillebeke werd ik aangereden door een wagen van een Frans gezin, op weg naar Bellewaerde. De bestuurder had mij in zijn haast niet opgemerkt en ik sloeg tegen het beton', vertelt Roland, die wat pijn aan zijn bekken voelde. ‘Maar niet van die aard om mij zorgen te maken. Ik klom terug in het zadel en reed verder.'

Maar 's avonds was de pijn plots niet meer te harden. Daarop trokken Roland en Rita naar het ziekenhuis in Izegem, waar de dokter een bekkenbreuk vaststelde. ‘Was me dat schrikken. Ik had dus nog zestig kilometer op de fiets gezeten met een gebroken bekken!'

Roland moet nu enkele dagen rusten in het ziekenhuis en daarna enkele weken thuis revalideren.