Je zou het bijna vergeten, maar wat nu het Agusta/Dassault-dossier heet, vloeit oorspronkelijk voort uit het onderzoek naar de moord, in juli 1991, op PS-peetvader André Cools. Onmiddellijk na diens dood werd druk gespeculeerd over de mogelijke drijfveer voor de moordaanslag; een motief dat nog altijd niet is achterhaald.

Volgens een van de vele geruchten wist de Luikse PS-peetvader-met-vele-vijanden van het helikoptersmeergeld van Agusta en was hij van plan te praten.

Ex-kolonel Jean Dubois, rechterhand van de vermoorde Cools, vertelde het gerecht al enkele weken na de moord op zijn vriend wat hij wist over de Agusta-deal. Dubois onderhandelde met Agusta over de bouw van een verdeelcentrum voor wisselstukken op de luchthaven van Bierset, bij Luik. Belangrijk waren ook de verklaringen van toenmalig PS-minister Alain Van der Biest, die enkele maanden na de moord op Cools als eerste zijn mond opendeed over de duistere financiering van de Parti Socialiste.

Helikopters

De Luikse onderzoeksrechter Véronique Ancia, belast met het onderzoek naar de moord op de PS-politicus, beet zich vast in de helikopteraankoop. Ze liet mensen ondervragen. Er volgden huiszoekingen, documenten werden in beslag genomen en in januari 1993 werd ze officieel belast met een onderzoek naar mogelijke corruptie bij de aankoop van de legerhelikopters.

De ironie wil dat het Agusta-dossier in die periode volledig was toegespitst op de Franstalige socialisten. Van de SP was helemaal geen sprake. Uiteindelijk slaagde Ancia er niet in, en raadsheer Francis Fischer van het Hof van Cassatie evenmin, te bewijzen dat geld van Agusta bij de PS terechtkwam. Ondanks de vermoedens en de talrijke indicaties. Langs SP-zijde kwam het helikoptergeld wel in beeld.

Georges Cywie, de Belgische vertegenwoordiger van de Italiaanse helikopterbouwer, werd een eerste keer opgepakt in februari 1993, later nog eens, in 1995. Cywie had op 27 september 1988, enkele maanden voor de koop werd gesloten, met Agusta een consultancy-contract gesloten ten belope van 1 procent van het bedrag van de aankoop. Dat percentage werd achteraf, zeer tot ongenoegen van Cywie, door Agusta gereduceerd tot 0,25 procent.

Cywie was lange tijd een verdachte in het Agusta-dossier. De Luikse speurders meenden dat hij degene was die enkele sleutelfiguren bij de Franstalige socialisten kon beïnvloeden ten gunste van Agusta. Zijn naam werd al vlug gekoppeld aan die van de beruchte PS'er Guy Mathot. Cywie ging echter vrijuit.

De drie Guy's

Het -- eerste -- (politieke) hoogtepunt in de Agusta-zaak volgde in januari 1994. Drie PS-ministers -- de ,,drie Guy's'' -- namen op dezelfde dag, de een na de ander, ontslag: eerst Guy Coëme (als vice-premier en minister van Landsverdediging in de federale regering-Dehaene), daarna Guy Mathot (Waals gewestminister), ten slotte Guy Spitaels (Waals minister-president).

De Luikse procureur-generaal, Léon Giet, had de maand ervoor om de opheffing van hun parlementaire onschendbaarheid gevraagd. Spitaels en Coëme zouden uiteindelijk op de beklaagdenbank belanden, Mathot niet. Hij werd niet gedagvaard.

Dat de Luikse onderzoeksrechter Véronique Ancia zich ook op de vertakking naar de Vlaamse socialisten toelegde, was het gevolg van documenten waarop ze in 1994 de hand legde tijdens een huiszoeking in de Agusta-hoofdzetel, in Milaan. Ancia leerde daar ook veel van de verklaringen van de gewezen voorzitter van Agusta, Roberto D'Alessandro; onder meer dat de Italiaanse helikopterbouwer beschikte over een rist offshore-vennootschappen in fiscale paradijzen.

De speurders voelden zich gesterkt, door de zwaarwichtige verklaringen van Agusta-topman D'Alessandro, in hun overtuiging dat er bij het Agusta-contract duistere krachten meespeelden.

Proces

In het proces belandden uiteindelijk twaalf mensen op de beklaagdenbank. Naast de socialistische kopstukken Guy Spitaels, Guy Coëme en Willy Claes ging het onder meer om de Franse topindustrieel Serge Dassault, de gewezen adjunct-nationaal secretaris van de SP Luc Wallyn en de onlangs overleden gewezen PS-penningmeester Etienne Mangé.

Alle twaalf werden schuldig bevonden. Claes kreeg met drie jaar voorwaardelijk de zwaarste straf. Spitaels en Coëme krijgen elk twee jaar voorwaardelijk. Het drietal kreeg ook een boete en verloor voor vijf jaar hun politieke rechten en burgerrechten.