'Je partner verliezen aan een hartaanval is een traumatiserende gebeurtenis. De partner maakt vaak de mislukte reanimatie mee, en die episode blijft zich voor hun ogen afspelen. Ze krijgen er nachtmerries van. Het gaat bovendien meestal om een plots verlies. Er is geen tijd geweest om afscheid te nemen, wat het rouwproces bemoeilijkt. Daardoor wordt de overblijvende partner vaak depressief of angstig.'

Psychologe Marijke Potargent maakt het dagelijks mee. Zij begeleidt hartpatiënten en hun naasten op de dienst cardiologie van het UZ Leuven. Haar ervaringen worden nu bevestigd door een uitgebreid onderzoek van de Duke University in North Carolina. Dokter Emil Fosbol gebruikte daarvoor gegevens uit het Deense bevolkingregister.

Hij vergeleek het gebruik van angstmedicatie, antidepressiva en het zelfmoordcijfer bij tienduizenden mensen die hun partner verloren aan een hartaanval, met dat van evenveel anderen die hun partner verloren door een andere oorzaak. Bij de eerste groep bleek dat cijfer drie keer hoger te liggen dan bij de tweede groep. Zelfs wanneer de hartaanval niet fataal was, bleek de partner 17 procent meer kans te maken op depressies en angststoornissen.

Conclusie: we moeten meer aandacht hebben voor de zorg voor, en de begeleiding van partners van hartpatiënten.

Ons land blijkt wat dat betreft op de goede weg. 'Vroeger was er alleen maar aandacht voor de patiënt', zegt Marijke Potargent. 'Maar het werd duidelijk dat ook de naaste familieleden begeleiding nodig hebben. Zowat een vierde van hen bleek te kampen met psychische problemen. Zeker na een tijdje, als de omgeving niet meer rouwt, zakken de nabestaanden helemaal in de put.'