Milow is zonder twijfel een van de meest succesvolle Belgische artiesten van het moment. Hij palmde Europa in met hits als Ayo technology, haalde in Zwitserland en Duitsland vlot goud én maakte de oversteek naar de Verenigde Staten. Eind dit jaar volgen optredens in Rusland en mogelijk ook China. Maar met roem komt ook kritiek en tegenwind. Die pakte hij woensdag stevig aan in het Radio 1-programma Touché.

'In hoeverre is wat jij doet nog rock-'n-roll?', wou presentatrice Friedl' Lesage weten. 'Als band enkele flessen whisky legen, is dat rock-'n-roll? Elke dag met muziek bezig zijn en met mijn gitaar de wereld rondreizen, daar komt het voor mij op neer. In ons land wordt daar soms anders over gedacht: artiesten spelen één concert per maand, gaan stempelen en zeggen op café: Kijk eens hoe rock-'n-roll ik ben.'

Lui

Intussen woont Milow de helft van de tijd in de Verenigde staten, om de Amerikaanse markt te kunnen bespelen. 'Het is makkelijker om kansen te grijpen als je in Los Angeles zit, dan wanneer je telkens op zoek moet naar de eerstvolgende vlucht vanuit Brussel.'

Daar krijgt hij de hulp van een manager, in Europa regelt hij de zaken zelf. Toch houdt hij niet van het etiket 'zakelijk'. 'Al beschouw ik dat niet als een vuil woord. In de muzikantenscène heeft het echter een negatieve bijklank. Maar ik vind de meeste muzikanten heel lui. Als ze harder zouden werken of vroeger zouden opstaan, zouden ze misschien meer bereiken. Als je de touwtjes zelf in handen neemt, krijg je bovendien de ongefilterde waarheid over jouw prestaties. Een entourage verbloemt die vaak.'

Dat zo'n aanpak een 'zakelijk instinct' vergt, vindt hij onzin. 'Ik had dat ook niet, maar zoiets kan je leren. Vergelijk het met fietsen.'

Frustratie

Dat er mensen niet van zijn muziek houden, noemt hij logisch. 'Als beginnend artiest is het moeilijk om je plek af te dwingen. Weinig mensen liggen wakker van wat je doet. Maar intussen hebben mijn fans me bestaansrecht gegeven. Als mensen zich druk mag over hoe slecht ze mijn muziek vinden, zeg ik hen: Rustig, zet je radio uit of koop een andere plaat. Venijnige reacties zeggen bovendien meer over de critici zelf. Ik vind ook veel muziek slecht, maar ik zal nooit de reflex hebben om naar de Facebook-pagina van de artiest te gaan en daar een hatelijke commentaar te schrijven. Dat getuigt eerder van afgunst, frustratie of zelfs zelfmoordneigingen.'