Het Groothertogdom Flandrensis telt ruim negentig onderdanen, dertien nationaliteiten, heeft eigen identiteitskaarten, een eigen vlag, eigen valuta en grondgebied op Antarctica. Er is zelfs een eigen regering, ambassades rondom de wereld en een staatskas met bijhorende staatsschuld, al bedraagt die slechts 38 euro.

De micronatie is een uit de hand gelopen hobby van Hoogledenaar Niels Vermeersch. In het dagelijkse leven ambtenaar bij de gemeente Zonnebeke, na zijn uren diplomaat en staatsleider van Flandrensis. ‘Een micronatie heeft alles wat een land heeft, behalve internationale erkenning, tenzij door andere micronaties.’

Er bestaan honderden micronaties in de wereld, waarvan twee in België. Flandrensis is de oudste micronatie in ons land en werd opgericht in 2008. ‘Sommige micronaties zijn politiek geïnspireerd, anderen cultureel. Voor ons is het louter om het plezier te doen. Het is een uit de hand gelopen grap’, legt groothertog Niels uit.

Flandrensis ontstond toen Niels nog student was. ‘Ik had tijd over en op het internet kwam ik het fenomeen micronatie tegen. In plaats van lid te worden van een bestaande micronatie, besloot ik er zelf een te stichten. En met succes. Mijn vrienden sloten zich aan en gaandeweg leidde Flandrensis een eigen leven. Tegenwoordig hebben we onze eigen krant en houden we elk jaar verkiezingen.’

Land op Zuidpool

‘Het leukste aan een micronatie is het contact met anderen. Tijdens onze vergaderingen leren we discussiëren, maar we sluiten ook verdragen met andere micronaties. Standpunten worden uitgewisseld en we organiseren culturele uitstappen of sportieve kampioenschappen onder de burgers.’

Deze zomer nog nam Niels deel aan een congres voor microstaatslieden in Londen. ‘We willen het zo professioneel mogelijk aanpakken. We claimen bijvoorbeeld een stuk grond op Antarctica, gebaseerd op een achterpoortje van een internationaal verdrag uit 1959. We schreven de ambassades van Rusland, de VS, China en Argentinië aan om hen te melden dat wij een stuk land claimen. We kregen geen antwoord, maar we kregen ook geen nee’, glimlacht Niels. Of er ooit een nederzetting wordt gebouwd, is zeer twijfelachtig. ‘Het is er te koud. We moeten ook niet overdrijven. Het is vooral een leuke hobby die voor velen een opstapje in de wereld van de diplomatie is.’