Het voorbije jaar zag het UZ Leuven zo'n 5.000kankerpatiënten passeren, velen daarvan kregen naast hun chemotherapie ook de gerichte, moleculaire behandeling. ‘Bij de gynaecologische kankers (borst-, eierstok- of baarmoederkanker, nvdr.) zijn dat zelfs drie vierde van de patiënten', vertelt professor Ignace Vergote, gynaecologisch oncoloog, voorzitter van het Leuvense kankerinstituut en een autoriteit als het aankomt op ‘moleculaire therapie'.

Chemo bestrijdt tumoren door de celdeling te stoppen. Maar daarmee vernietig je ook de goede cellen, zoals de rode en witte bloedcellen. Met alle neveneffecten van dien: haarverlies, misselijkheid of kans op infecties. Moleculaire therapie – de nieuwe gepersonaliseerde manier van kankerbehandeling – zorgt voor minder nevenwerkingen, want pakt enkel de tumorcellen aan.

‘Daarnaast is het ook efficiënter en heb je meer kans om te overleven, omdat het medicijn – in pilvorm – echt op maat van de tumor is gesneden. In ons lab bestuderen we die tumorcellen. Welke factoren zorgden ervoor dat zij konden ontstaan? Waardoor ontsnappen ze aan het normale afweersysteem van het lichaam? Op basis daarvan ontwikkelen we een persoonlijk geneesmiddel.'

Precisiebombardement

Dat middel vergelijkt Vergote met een precisiebombardement. ‘Chemo is een atoombom die alles kapot maakt, moleculaire therapie een lasergerichte bom die enkel schiet op dat ene bepaalde doel. Borstkanker was een van de eerste kankers waarvoor deze therapie gebruikt werd. Vandaag zijn er studies opgezet voor 95procent van de kankers. Daarom wilde ik op de Dag tegen Kanker nog eens met deze boodschap naar buiten komen: er is hoop!'

Voorlopig bestaan de meeste kankerbehandelingen nog uit een combinatie van chemo en moleculaire therapie. Vergote verwacht dat binnen een jaar of 10 chemo nog minimaal zal worden gebruikt. ‘Ik verwacht zelfs dat we in de toekomst patiënten enkel met moleculaire therapie zullen behandelen, alleen kan ik daar geen termijn op plakken. Ik weet alleen dat er massaal veel onderzoek naar wordt gedaan en massaal veel vooruitgang wordt geboekt. En op termijn – een werk van lange jaren – kunnen we kanker wellicht uitroeien.'