Serge Platel is niet meteen een liefhebber van het Songfestival, maar hij houdt wel van percussie. En als de Cold Steel Drummers vandaag op OdeGand , het openingsspektakel van het Festival van Vlaanderen Gent, staan, dan komt dat omdat de gedelegeerd bestuurder van het Festival van Vlaanderen, Jan Briers, hem na afloop van het Songfestival belde met de vraag: ‘Hé, Serge, heb je dat gezien, zou dat niet iets zijn voor OdeGand?’ De Cold Steel Drummers staan er vandaag dus. Als een van de meer dan 60 concerten.

Traditie en vernieuwing

Niet dat de programmatie van OdeGand en het Festival van Vlaanderen zou gebeuren op basis van de muzieksmaak van de bazen of hun partners. ‘De programmatie, die doe ik overigens niet zelf, daar zijn binnen het team vooral artistiek coördinator Isaline Claeys en concertcoördinator Ilse Wachtelaer mee bezig. Die werken twee à drie jaar vooruit, scannen het aanbod, gaan naar artiesten kijken en artiesten bieden ook zichzelf aan. Ikzelf probeer erover te waken dat de samenstelling goed is. Dat we met de juiste ingrediënten een goede schotel aan het publiek aanbieden.’

Klassiek en hedendaags, traditie en vernieuwing, en hoe je met die twee elementen speelt. Een formule die al tien jaar succes heeft en al tien jaar uitverkocht is. Toch weet Serge Platel dat je elk jaar weer moet vernieuwen.

‘Je bestaat maar bij de gratie van het publiek. Je hoeft niet noodzakelijk almaar groter te gaan. Je mag het niet zo ontzaglijk groot maken dat de mensen gewoon verzadigd zijn. Laat het publiek maar een beetje op zijn honger blijven. Laat ze maar genieten van wat ze meemaakten, met tegelijk het besef dat ze nog een aantal andere mooie zaken gemist hebben. Mensen vragen mij inderdaad soms advies: of we voor hen een route kunnen uitstippelen, of we hen kunnen begeleiden in hun keuze. Ik geef hen dan de raad één artiest te kiezen die ze kennen, en ook van iets te proeven dat ze niet kennen.

Het precieze moment waarop hij de formule van OdeGand bedacht, herinnert hij zich niet meer concreet. ‘Er was vroeger natuurlijk de Festivalhappening , waar je ook al op verschillende plaatsen in de stad die confrontatie van pop en klassieke muziek had. Ik herinner me namen als Mink Deville, Raymond van het Groenewoud, de Kreuners. De basisidee bestond dus al, maar er zat sleet op, zo bleek. Zelf was ik heel gefascineerd door de prachtige site van de Graslei en de Korenlei. In Amsterdam had ik de grachtconcerten meegemaakt en na een gesprek met Jan Briers is de idee gegroeid. Van in het begin vond ik dat er ’s avonds iets groot moest zijn. Iets waar iedereen het gevoel van had er te willen en te kunnen bij zijn. En bovenop het muziekspektakel: vuurwerk natuurlijk. Ik vind vuurwerk fantastisch.’

Drempels verlagen

Zelf is hij niet actief met muziek bezig. ‘Ooit wel wat muziekschool gedaan en geprobeerd thuis in een studio een en ander te componeren, maar toch snel tot het besef gekomen dat ik niet het talent had om zelf iets te creëren. Op mijn vijftiende, zestiende ooit gedrumd in een bandje van zeer bedenkelijk niveau. Managen en organiseren ligt me beter.’

Als Serge Platel voor het Festival Van Vlaanderen en Odegand al iets betekend heeft, dan is het zeker met de manier waarop hij de organisatie en vooral de communicatie aanpakt. ‘Kijk, de muziek blijft natuurlijk de essentie. Daar draait het allemaal rond. Een live spektakel aanbieden aan de mensen. Maar ik denk dat men veel te lang gewacht heeft om de drempels te verlagen. Klassieke muziek was vroeger een heel cerebraal gebeuren. Gepassioneerde muziekliefhebbers zaten toen met de partituur in een concertzaal om mee te volgen. Maar dat is uit de tijd. Je moet er eerst en vooral voor zorgen dat wat op je podium staat, zo goed en zo sterk is dat de mensen het zullen smaken. Bovenop moet je het aanbieden binnen een pakket, zodat de mensen de garantie en het gevoel hebben dat ze het op een leuke manier kunnen beleven. De formule van de bootjes bij OdeGand, de fietstocht met Avanti, het Venetiaans bal... dat zijn allemaal elementen waardoor je een breder publiek kennis leert maken met klassieke muziek waarmee ze anders misschien niet in aanraking komen. Niet iedereen kan alle klassieke muziek appreciëren, maar je kan de vijfde symfonie van Beethoven wel voor iedereen genietbaar brengen. Beleving, daar draait het om. Dat stel ik ook vast als ik vanuit mijn functie als voorzitter van de federatie van festivalorganisatoren per jaar naar een tiental festivals ga. Tomorrowland is daar een zeer goed voorbeeld van, hoe die organisatoren daar met beleving bezig zijn.’

Olympische Spelen

Platel ging dit jaar ook naar Londen, naar de Olympische Spelen, en pikte er een ideetje op. ‘Van zodra je daar in de omgeving van het olympisch dorp kwam, werd je er door speciaal uitgedoste mensen verwelkomd. Ik vond dat zo verrassend aangenaam. Het gaf me een gevoel van thuiskomen? We gaan dat dit jaar op OdeGand dus ook doen. Vijf mensen zullen op verschillende locaties in de stad rondlopen om het publiek te verwelkomen. Ik verklap nog niet hoe ze eruit zullen zien, maar ze zullen opvallen.’

Wat hij er precies zal programmeren, weet hij nog niet, maar volgend jaar wil hij de nieuwe stadshal zeker gebruiken als locatie voor een van de vele concerten van de elfde editie van OdeGand. ‘Ik vind het een prachtig gebouw. Die hoogte, dat is zo uitnodigend. En de akoestiek, die lijkt oké, zo bleek tijdens het concert van An Pierlé. An is overigens een van de artiesten die aantoont hoe OdeGand in elkaar zit: An is een pop/rockartieste, maar ze gaat nu voor het eerst de confrontatie aan met een kerkorgel. Ik ben daar heel benieuwd naar. An treedt drie keer op in de Sint-Jacobskerk. Alle artiesten treden overigens twee keer op, dat is een kenmerk van onze formule. Zo kunnen de mensen hun schema zelf bepalen. Al blijft de capaciteit van de zalen natuurlijk beperkt en kunnen we niet iedereen garanderen dat hij op het concert dat hij uitgestippeld heeft, binnen zal kunnen. Goed plannen en tijdig komen is de boodschap. En er zijn ook de gratis optredens op de pleinen. En natuurlijk het gratis slotconcert met vuurwerk’