Het openbaar ministerie had voor het Nederlandse koppel acht maanden met uitstel gevorderd. ‘Mijn cliënten verdienen geen straf’, zei hun advocaat Peter Van Melkebeke. ‘Zij zijn alleen tussengekomen om het kind een toekomst te bieden. Zij hebben de doos van Pandora niet opengetrokken. Andere partijen deden dat wel en durven nu schadevergoeding vragen. We zijn geschokt door die burgerlijke partijstelling.’ De Belgische wensouders Geertrui Praet en Bart Philtjens vragen een schadevergoeding van 5.000 euro.

Volgens de aanklager heeft het Nederlandse koppel minstens 12.000 euro betaald voor het kind. Er is geen bewijs dat het geld meer was dan de effectieve kosten van de draagmoeder, zegt de verdediging. ‘Er is geen sprake van het verhandelen van een kind. Het gaat goed met het meisje. Ze is zeven jaar met lang liefde grootgebracht door papa en mama en nu vraagt de voogd ad hoc een (provisionele) schadevergoeding van één euro voor wat ze haar zouden aangedaan hebben. Ze hebben alleen maar een kind in nood geholpen.’

'Geen sprake van verkoop'

Voor de draagmoeder en haar man had het openbaar ministerie ook acht maanden cel met uitstel gevorderd. Volgens de openbare aanklager draait de zaak niet rond draagmoederschap, maar rond geld. ‘Dit dossier gaat wel over draagmoederschap’, reageerde Claudia Van der Stichelen, de advocaat van de draagmoeder. ‘Er is absoluut geen sprake van de verkoop van het kind. Mijn cliënte wou een kind laten opgroeien in een gelukkig gezin. Ze was ervan overtuigd dat het wettelijk kon en mocht als draagmoeder. Ze wou een vriendschappelijke relatie met de wensouders en wou later het kind nog af en toe kunnen zien. Verder wou ze alleen een vergoeding voor de kosten.’

Met de Belgische wensouders werd een bedrag van 8.000 euro afgesproken. ‘De eerste schijf van 3.000 euro werd pas gestort toen de zwangerschap al een tijdje gevorderd was, wat bewijst dat het haar niet om het geld te doen was. Toen bleek dat het niet boterde tussen de Belgische wensouders en dat het niet ging om een koppel dat geen kinderen kon krijgen, heeft ze met hen gebroken. De 3.000 euro heeft ze teruggestort, hoewel ze al kosten gemaakt had. Met de Nederlandse ouders was er wel een vriendschappelijke band en was er zeker geen sprake van een verkoop’, zei advocaat Van der Stichelen. De verdediging vraagt de vrijspraak.

Onterende behandeling

De zes beklaagden worden beschuldigd van onterende behandeling van het kind. ‘Het draagmoederschap staat hier vandaag niet ter discussie, want deze zaak had met geld te maken’, zei openbaar aanklager Louis Vandenberghe. ‘De beklaagden sloten akkoorden over een persoon, een nieuwe mens, die uit winstbejag gemaakt werd. Dat maakt de onterende behandeling uit: men koopt geen mens, men verkoopt geen mens.’

Volgens het openbaar ministerie zal de ontwikkeling van het kind belast zijn. ‘Het meisje zal later kennis krijgen van de omstandigheden van haar geboorte en zal opgezadeld worden met zeer pijnlijke existentiële vragen. Het kind werd gedegradeerd tot een object. Het gaat om een ernstig maatschappelijk verwerpelijk feit waarbij de menselijke waardigheid van een weerloos kind in het gedrang werd gebracht. De commerciële verkoop van kinderen kan totaal niet’, stelde de aanklager.

Het openbaar ministerie eiste voor de draagmoeder en haar partner en voor de Nederlandse koopouders acht maanden cel met uitstel en een geldboete van 550 euro. Voor de Belgische wensouders, die het kind nooit in bezit kregen, werd zes maanden met uitstel en een boete van 550 euro gevraagd.

8.000 en 12.000 euro

De Belgische wensouders Geertrui Praet en Bart Philtjens moesten 8.000 euro voor het kind betalen en alle andere kosten moesten ook vergoed worden, stelde het openbaar ministerie.

Aan het Nederlandse koppel werd ‘minstens 12.000 euro’ gevraagd. Praet en Philtjens, die het kind nooit te zien kregen, hebben zich ook burgerlijke partij gesteld. ‘Het is onbegrijpelijk dat ze beklaagden zijn. Ze zijn slachtoffer’, pleitte hun advocate.

Het openbaar ministerie vordert straks de straffen voor de zes beklaagden.

'Miskraam'

Baby D. werd geboren op 26 februari 2005. De draagmoeder uit Sint-Lievens-Houtem zou het kind beloofd hebben aan Geertrui Praet en Bart Philtjens uit Antwerpen, maar vertelde hen tijdens de zwangerschap dat ze een miskraam had gehad. Samen met haar partner zou ze het meisje na de geboorte aan een Nederlands echtpaar verkocht hebben. Uit DNA-onderzoek bleek dat het kind verwekt werd met het sperma van Philtjens, maar de Nederlandse koopouders uit Leusden kregen uiteindelijk de voogdij toegewezen.

Met open deuren

De verdediging van de draagmoeder en haar partner vroeg aan de rechtbank om de zaak achter gesloten deuren te behandelen, zodat de privacy van de betrokken gevrijwaard kon worden. De voogd ad hoc, die optreedt in naam van het nu 7-jarige kind, sloot zich daarbij aan. De rechtbankvoorzitter Audrey Desloover besloot echter om de zaak met open deuren te behandelen.