Uitslovers zijn we. We beseffen het. Drie vrouwen van veertig plus (aan het al te verbloemende forty-something heb ik een bloedhekel, het is niet dat we zielig zijn of zo) in een kano. Op elkaar aangewezen nadat onze kinderen de soloboten hebben ingepalmd, of onderling al schuiten hebben ingedeeld. Een feit dat mij eerst het nodige protest ontlokt. 'Kan jij dat wel?' (die blik, oei fout), 'Durf jij dat wel?' (nog fouter). Maar mag ik even? Mijn geest heeft tijd nodig. Het lijkt, neen, het wás gisteren pas dat mijn dochter in dergelijke situaties zonder fout aan mijn rokken bleef hangen, of al kreten slaakte als het nog maar leek alsof zo'n boot een beetje zou gaan wiebelen. Nu zie ik haar voor ik het weet in haar eentje vrolijk peddelend de plas oversteken.


Het weekend is een traditie. Een jaarlijks weerkerend feit met de bende van een oude jeugdvereniging, dat al dik twee decennia standhoudt. En dat, dat beseft een mens op zulke momenten, in die tijd al enkele keren van aanschijn is veranderd. Na de (wilde) vrijgezellenweekends (hoe lang is dat geleden?), kwam de fase van de overvolle buggyparkings, de kleverige handjes en de oever- tot soms zelfs vruchteloze pogingen om op wandeling te vertrekken (als de laatste wakker is, moet de eerste weer gaan slapen en kunnen we niet eerst nog even fruitpap geven?). En tegenwoordig vullen we de dagen dus met stoere outdooractiviteiten waarin aanstormende pubers al hun energie en manifestatiedrang kwijt kunnen.


Wat, tot onze eigen verbazing, een ander soort manifestatiedrang wakker maakt. 'Komaan', zegt mijn kanokompaan A., terwijl steeds meer bootjes al uit het zicht verdwijnen. 'We gaan ons toch niet laten kennen, zeker?' Het kost meer moeite dan onze glimlach -- breder hebben we niet in huis -- doet vermoeden om onze schuit recht te laten varen. Maar de koppositie zullen we tijdens de hele vaart amper lossen 'Wat willen we eigenlijk bewijzen?', fluistert A. 'Geen idee', zeg ik, 'maar we bewijzen het wel.' Als dat, op die rare momenten waarop alles veel te snel verandert, een goed gevoel geeft, is het ons gegund, toch? Voor forty-something bovenarmen is zo hard peddelen trouwens een regelrechte zegen.