Honderden manifestanten verzamelden zondag opnieuw voor de Japanse ambassade in Peking. Ze gooiden flessen water naar het gebouw, scanderen anti-Japanse slogans en zongen het Chinese volkslied terwijl ze vlaggen zwaaien. De politie was in groten getale aanwezig.

In Shanghai trokken meer dan 200 betogers richting het Japanse consulaat. De politie blokkeerde daar de toegang naar het gebouw door met behulp van containers barricades op te trekken in de omliggende straten.

Zaterdag kwamen volgens Japanse media in heel China zowat 40.000 mensen op straat. De beweging werd gecensureerd op Chinese microblogs en de nationale televisie bracht er geen verslag over uit. In Peking verzamelden duizenden personen voor de Japanse ambassade. Ze gooiden met stenen en flessen.

In andere Chinese steden werden Japanse restaurants aangevallen door manifestanten, die hier en daar hun woede bekoelden op wagens van een Japans merk. In Qingdao waren tien fabrieken die gelinkt zijn aan Japanse bedrijven het doelwit van brandstichting of vandalisme, aldus de krant Yomiuri Shimbun onder aanhaling van de Japanse ambassade.

"Deze situatie is een grote teleurstelling en we protesteren" bij de Chinese autoriteiten, verklaarde premier Noda tijdens een actualiteitsprogramma op Fuji Television. "We willen dat (China) de situatie herbekijkt opdat de Japanse burgers en bedrijven op zijn minst geen enkel gevaar lopen".

China en Japan zijn de grootste economieën van Azië. Ze onderhouden nauwe economische en handelsrelaties, maar de kwestie van de Senkaku-eilanden, die omgeven zijn door visrijke wateren waarin zich mogelijk ook gasvoorraden bevinden, vormen geregeld de aanzet tot spanningen. Voor China heten ze overigens de Diaoyu-eilanden.