Het nieuwe overlegmodel formaliseert het informele overleg dat voordien ook al plaatsvond. Kort samengevat: Voka zal ook betrokken worden bij de voorbereiding van het federale loonoverleg, het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) bij de voorbereiding van het Vlaamse overleg.

Acht verschillende partners ondertekenden vijdag het samenwerkingsprotocol: de federale werkgeversorganisaties VBO en Unisoc (social profit), en de regionale werkgeverorganisaties Unizo, UCM, Beci, Boerenbond/FWA en Voka.

De nieuwe overlegstructuur komt er door de veranderende staatsstructuur. 'Het model van sociaal overleg in België ontstond ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien zijn er zes institutionele hervormingen geweest', aldus VBO-voorzitter Pierre Alain De Smedt. Een hervorming drong zich op nu met de zesde staatshervorming bepaalde bevoegdheden naar de regio's gaan, zoals activering, en andere federaal blijven, bijvoorbeeld de sociale zekerheid.

Geen 'Verdeel en heers'

Het IWO zal volgens De Smedt een geïntegreerd en gecoördineerd sociaal overleg inhouden. Nu overleggen de verschillende organisaties ook, maar informeel, luidde het bij de verschillende partners. 'Elke organisatie blijft zijn accenten leggen, het is geen fusieoperatie', zei Karel Van Eetvelt van Unizo. 'Wat we gaan doen is afstemmen op voorhand.'

Zo zal Voka betrokken worden bij de voorbereiding van het federale loonoverleg, maar blijft het VBO de organisatie die verantwoordelijk blijft en akkoorden ondertekent, legt gedelegeerd-bestuurders Pieter Timmermans van het VBO uit. Andersom zal het VBO bij de voorbereiding van het Vlaamse loopbaanakkoord betrokken worden, maar blijft de bevoegdheid bij Voka.

Door met elkaar terug te koppelen, kunnen de werkgevers op de verschillende niveau's 'niet uiteengespeeld worden door de vakbonden en de partijen', aldus Timmermans. 'Divide et impera', 'verdeel en heers' wordt zo vermeden. Het IWO zal de 'backoffice' van het sociaal overleg zijn en moet de gemeenschappelijke werkgeversvisie bewerkstelligen.

Het IWO zal maandelijks plaatsvinden. Elke organisatie duidt daarvoor twee topvertegenwoordigers aan. Het VBO duidt bijkomend één vertegenwoordiger aan die instaat voor de coördinatie. Daarnaast wordt ook een expertengroep voorzien. En de voorzitters en CEO's van de verschillende werkgeversorganisaties zullen jaarlijks samenzitten.