De studie, die nog gepubliceerd moet worden, werd gevoerd op basis van enquêtes van het statistisch bureau Eurostat. In totaal werden gedurende twee jaar 4.000 gezinnen, goed voor 8.000 mensen tussen 24 en 65 jaar oud, per land bevraagd. ‘Vooral het effect van het opleidingsniveau en het beroep van de vader werd onderzocht’, zegt Bea Cantillon, professor Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen. En dat effect blijkt bijzonder groot.
De internationale vergelijking toont aan dat de factoren die armoede genereren sterk samenhangen met het diploma en de job van de vader. Wie een laaggeschoolde papa heeft, loopt niet alleen meer risico werkloos of ziek te worden. Je hebt ook meer kans om te scheiden of alleenstaande ouder te worden. En je hebt dus ook meer kans om in de armoede verzeild te geraken. ‘Je gezin bepaalt wat je studeert, hoe succesvol je bent in je studies, welke kansen je later krijgt op de arbeidsmarkt, en hoe gezond je bent. Fysiek en mentaal’, legt Cantillon uit. ‘Dat is niet alleen in ons land zo. Dat gaat op voor al die landen die we onderzocht hebben. Zelfs in Scandinavische landen, die een voorbeeld zijn voor hun gelijkekansenbeleid.’
Net daarin schuilt het gevaar, zegt ze. ‘Als we ervan uitgaan dat iedereen dezelfde kansen heeft, en iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen succes, creëer je een harde samenleving. Een samenleving waarin iedereen gewezen wordt op zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Maar die verantwoordelijkheid blijkt uiteindelijk beperkt.’
Daar moet het beleid rekening mee houden. ‘Als de regering de uitkeringen van langdurig werklozen terugschroeft, zou ze beter twee keer nadenken. Op die manier straffen ze degenen die geboren zijn met minder kansen. Aan de andere kant worden zij die alle kansen kregen, ceo’s bijvoorbeeld, beloond met riante bonussen. En die kloof wordt vandaag alleen maar groter.’