De rode bijbel van de gastronomie verscheen ook dit jaar een week na de Gault&Millaugids. In de culinaire wereld wordt telkens opnieuw uitgekeken naar overeenkomsten en verschillen.

Dit jaar is er één opvallende gelijkenis. Danny Vanderhoven van het gelijknamige restaurant in Rekem steeg vorige week van veertien naar vijftien op twintig, gisteren kreeg hij zijn eerste ster.

Een verrassing toch wel. Kenners hadden die veeleer verwacht voor De Kristalijn in Genk.

De zaak van de Nederlandse ondernemer Eric Bullens en chef Koen Somers kreeg wel een vermelding als één van de drie rijzende sterren.

De tweede rijzende ster is The Glorious op Het Zuid in Antwerpen, de zaak van Haspengouwer Jurgen Lijcops. Na een carrière als sommelier en algemeen directeur in enkele topzaken (o.m. Bruneau en Kasteel Withof) opende hij in de zomer van 2009 zijn eigen bistro.

Zijn keuken was aanvankelijk heel basic, maar daar kwam verandering in toen hij Johan Van Raes als chef binnenhaalde.

De boegbeelden van de Limburgse gastronomie blijven Bert Meewis (Slagmolen) en Luc Bellings (Aan Tafel). Zij behielden allebei hun twee sterren. Vivendum, Innesto, Prêt-à-Goûter, Magis, De Mijlpaal en JER hebben ook in de nieuwe Michelingids één ster. Met Danny Vanderhoven erbij staan er nu negen Limburgse eethuizen in Het Rode Boekje. Nooit waren het er meer.

Subjectief

Dat culinaire beoordelingen heel subjectief kunnen zijn, blijkt uit de verschillen tussen Michelin en Gault&Millau. Jacques Colemont van restaurant Figaro in Hasselt krijgt al jaren zestien op twintig, maar werd nog nooit bekroond met een ster.

Opmerkelijk, want Vivendum en JER (eveneens zestien), Prêt-à-Goûter, De Mijlpaal en Danny Vanderhoven (alle drie vijftien) en Innesto (veertien) hebben wel een ster.

‘Het valt op dat er dit jaar weinig vernieuwing zit in de Michelingids', zegt voormalig VRT-journalist en culinair specialist Alain Coninx.

‘Dat heeft allicht te maken met het feit dat er niet genoeg zaken zijn die verandering brachten. De Scandinavische invloed is al een vijftal jaren merkbaar.

Wellicht laven heel wat restaurants zich nog altijd aan die bron.'

Bistronomie

‘Een tweede tendens is de opgang van de zogenaamde bistronomie: een goedkopere, maar kwaliteitsvolle keuken met degelijke producten en minder liflafjes.

Ik hoor veel chefs klagen over de zogenaamde loonlast. Ik begrijp dat, maar als je één medewerker nodig hebt om de blaadjes goed te leggen, geef me dan maar een bord zonder blaadjes. Magis uit Tongeren heeft boven het restaurant een bistro geopend die aan die filosofie beantwoordt.'