Simon Mertens, student Sociaal-Cultureel Werk aan de Karel de Grote-hogeschool, was rond 1.30 uur op weg naar huis. Toen hij de Passerel-brug passeerde, stopten er plots vier politiecombi's. De agenten richtten hun wapens op mij en riepen dat ik moest gaan liggen. Ik weigerde, want ik had niets verkeerd gedaan. Ze riepen dat ze gingen schieten en ik zei dat ze dat dan maar moesten doen. Eén van de agenten schopte tegen mijn kuiten, waardoor ik op mijn knieën viel.'

Simon werd tegen de grond geduwd en zijn zakken werden leeggemaakt. De politie vroeg of hij iemand had aangesproken of bedreigd en of hij iets had laten zien, maar dat was volgens de jongeman niet het geval. ‘Ze lieten me daarna los en ik mocht beschikken. Het scherm van mijn gsm was wel gebarsten en de ketting van mijn zakhorloge was losgerukt.'

Kantooruren

De student ging meteen naar het politiebureau om klacht in te dienen, maar kreeg daar te horen dat hij maandag moest terugkomen. ‘De mensen van de dienst intern toezicht zijn inderdaad enkel aanwezig tijdens de kantooruren', zegt commissaris Maurice Dommicent.

‘En over de rest van zijn verhaal kan ik enkel zeggen dat wij een melding hadden binnengekregen over een onbekende jongeman die in het bezit zou zijn van een vuurwapen. Wij namen die melding ernstig en konden via de veiligheidscamera's de verdachte lokaliseren.'

‘Enkele politieploegen hebben hem met de nodige omzichtigheid en met inachtneming van de veiligheidsprocedures geïntercepteerd en gecontroleerd, maar er werd geen vuurwapen aangetroffen. De omstandigheden van de melding worden verder onderzocht. Als hij vindt dat hij onheus behandeld werd, kan hij altijd klacht indienen bij de dienst intern toezicht of bij Comité P.'