De hulpdiensten werden op 22 juni 2010 naar de sm-studio van Lucrezia geroepen in Sint-Job-in-'t-Goor. Ze troffen daar de beklaagden aan die een naakte man aan het reanimeren waren. De ambulanciers namen het van hen over, maar konden hem niet meer redden.

De zakenman, die wel vaker van Lucrezia's diensten gebruikmaakte, had op eigen verzoek lachgas toegediend gekregen, terwijl hij gedeeltelijk vastgebonden was. Dat gas had echter een zuurstoftekort veroorzaakt, waardoor hij gestorven was.

Volgens het openbaar ministerie hadden de vrouwen moeten weten dat het toedienen van lachgas fatale gevolgen kon hebben, maar hun advocaten betwistten dat en vroegen de vrijspraak. ‘We spreken hier over een drijfgas dat je gewoon in de supermarkt kunt kopen voor bijvoorbeeld slagroomspuiten en dat niet te vergelijken is met het medische lachgas. Mijn cliënte heeft dit drijfgas al vaker gebruikt, ook bij zichzelf, en er nooit eerder problemen mee ondervonden', stelde advocaat Jan De Man namens Lucrezia.

Terwijl Juno de zakenman nauwlettend in het oog hield, had Lucrezia de gascapsule in een ballon gepompt, die met een darmpje aan het masker van de zakenman bevestigd was. ‘Hij moest zelf aan het darmpje zuigen om het gas binnen te krijgen en kon er ten allen tijden mee ophouden. Van enige toediening door mijn cliënte is dus geen sprake', pleitte advocaat Erik Van der Vloet namens Juno.

Beide dames vroegen de vrijspraak. Lucrezia wordt daarnaast ook nog vervolgd, omdat er bij een huiszoeking ‘poppers' en een stroomstoottoestel werden aangetroffen en vroeg daarvoor een opschorting. Zij is na de dood van de zakenman gestopt met haar sm-studio.