‘Hoe ziek kun je zijn?'

Advocaat-generaal Patrick Boyen zag absoluut geen verzachtende omstandigheden waarmee de jury rekening kon houden bij de bepaling van de strafmaat. ‘Het gaat hier niet om een eenmalige misstap, maar om misschien wel honderd feiten van aanranding en verkrachting over een periode van 5,5 jaar. En het ergste, de foltering, bewaarden ze voor het laatst. Het tweede ergste gebeurde al van in het begin: toen hield haar bloedeigen moeder haar handjes vast, zodat haar stiefvader ongestoord zijn gang kon gaan. Hoe ziek kun je zijn? In dat opzicht valt 30 jaar nog wel mee.'

‘Herleid tot een gebruiksvoorwerp'

Ook in de jeugd van de beschuldigden - beiden groeiden op in een marginaal milieu -, de beperkte intellectuele capaciteiten van de moeder en hun betuigde spijt, zag hij geen reden om van de maximumstraf af te wijken. ‘Waarom zouden wij voor hen clementie tonen als ze dat zelf nooit voor het slachtoffer hebben gehad?', zei Boyens.

Hij stelde dat het leed dat zij het meisje hadden aangedaan met geen woorden te beschrijven viel. ‘Dit meisje werd ontmenselijkt en herleid tot een gebruiksvoorwerp. De ravage die deze onmensen, dit duivelskoppel, hebben aangericht, is op fysiek vlak misschien wel genezen, maar mentaal zal ze er nooit meer van herstellen. Het licht in haar ogen is gedoofd. Ze zit voor de rest van haar leven vast in de kerker van haar herinneringen.'

Hij vond dat voor deze gruwelijke feiten enkel de maximumstraf op zijn plaats was.

‘Ze komt nog altijd op de eerste plaats’

De verdediging zag voor de moeder (43) en stiefvader (39) uit Mechelen wél verzachtende omstandigheden, waardoor de jury eventueel kan afwijken van de gevorderde maximumstraf van 30 jaar. De advocaten haalden voor allebei hun miserabele jeugd aan, waardoor het eigenlijk al van in het begin met hen was misgelopen.

De beschuldigden groeiden op in een marginaal milieu. Het gezin van de stiefvader stond in Berlaar bekend als ‘de whisky’s’ of de ‘familie Flodder’. De kinderen werden geslagen met een stok en moesten urenlang met hun knieën op kroonkurken zitten met hun armen in de lucht. Zijn oudere broers en zussen vonden het ook leuk om hem de stuipen op het lijf te jagen. ‘Hij werd als kleine jongen eens naar de zolder gestuurd, waar zijn zussen lieten geloven dat ze zichzelf hadden verhangen. Waarom zou deze man dan niets voelen, denkt u?’, pleitte meester Jan De Man.

Hij voerde voorts aan dat zijn cliënt goed had meegewerkt aan het onderzoek en dat hij in de gevangenis inzicht had gekregen in zijn verslavingsproblematiek door het volgen van allerlei cursussen. ‘Het is niet veel. Ik weet dat de feiten dramatisch erg zijn en het is een van de zwaarste zaken die ik ooit gepleit heb, maar het is toch wel iets waar u rekening mee kunt houden’, sprak hij tot de jury.

‘Zeven kruimels’

Meester Kris Vincke legde zeven punten voor, zeven ‘kruimels’ die de balans van Vrouwe Justitia misschien naar de andere kant van de 30 jaar konden doen overhellen. Zo was de moeder van het slachtoffer zelf ook seksueel misbruikt door haar stiefvader in haar jeugd. Hij haalde ook haar beperkte intellectuele capaciteiten, blanco strafblad, beperkter aandeel in de feiten, verminderd gevaar op recidive en spijt aan. Voorts wees hij er de jury op dat de vrouw zelf ook slachtoffer was geweest in de relatie. Haar echtgenoot had haar geslagen en bedreigd, al vergoelijkte dat natuurlijk de feiten niet.

Na de pleidooien kregen de beschuldigden nog het laatste woord. De stiefvader benadrukte dat hij echt wel oprechte spijt had voor wat hij het meisje had aangedaan. Ook de moeder drukte haar spijt uit. ‘Ze heeft nog altijd een plaats in mijn hart, ze komt nog altijd op de eerste plaats en dat zal altijd zo blijven.’ De jury beraadt zich momenteel samen met de leden van het hof over de strafmaat.