Een centraal register met alle spaarboekjes en het bedrag dat erop staat. Het idee is niet nieuw. Midden 2011 leek het zelfs zover, maar even later verdween het onderwerp van de onderhandelingstafel. Volgens Het Laatste Nieuws doet de regering nu een nieuwe poging. Het bericht wordt bevestigd noch ontkend.

De regering zou de opbrengst van zo'n databank op 200 miljoen ramen, wat inhoudt dat ze ervan uitgaat dat nu zo'n 1,33 miljard euro op spaarboekjes aan de roerende voorheffing ontsnapt.

Fraude of niet?

De regering werkt wel al een tijdje aan een Centraal Aanspreekpunt, het CAP, waar alle bankrekeningen in ons land, met de naam van hun titularis en het bedrag dat erop staat, geregistreerd worden. Spaarboekjes zijn ook bankrekeningen. Vanwaar dan de heisa?

De vraag is vooral of die databank, als ze er komt, gewoon een onderdeel wordt van het CAP, of er los van zal staan. Het verschil is belangrijk. In het eerste geval moet de fiscus aanwijzingen hebben van fraude voor hij inzage krijgt. In het tweede geval zal de databank voor spaarboekjes vrij toegankelijk zijn voor de fiscus.

Dat laatste lijkt logisch, want het is uiteraard niet omdat iemand twee of meer spaarboekjes heeft dat hij een fraudeur is. In het kader van een goed beheer van het gezinsvermogen zijn twee boekjes zelfs een minimum: een bij de hoofdbank, met daarop een kleine reserve en een hoogrentend boekje bij een tweede bank , voor het gros van het spaargeld.

‘Vergeet ook niet', zegt gedelegeerd-bestuurder Michel Vermaerke van de bankenfederatie Febelfin, ‘dat veel grootouders een spaarboekje openen voor hun kleinkinderen. Zo kom je snel aan drie of meer boekjes, telkens met kleine bedragen erop. En bij de huidige rente moet je toch al 100.000 euro op je spaarboekjes hebben voor je de fiscaal vrijgestelde rentelimiet (nu 1.880 euro) haalt.

20 miljoen spaarboekjes

Hoe dan ook is het een feit dat de 11 miljoen Belgen samen 19 à 20 miljoen spaarboekjes hebben. Volgens de jongste gegevens van de Nationale Bank staat daar net geen 239 miljard euro op, gemiddeld 21.700 euro per Belg en ruim 12.000 euro per rekening.

Wie meer dan 1.880 euro intresten int op één spaarboekje merkt dat de bank automatisch 15 procent roerende voorheffing int op het surplus. Wie dat vermijdt door zijn geld over diverse banken te spreiden, moet het surplus melden in zijn fiscale aangifte.

Een andere piste is de banken vanaf de eerste euro rente roerende voorheffing te laten inhouden en de vrijstelling te laten verlopen via de belastingaangifte. Zo zou dan maximaal 282 euro (15 procent van 1.880 euro) kunnen gerecupereerd worden, weliswaar met een jaar vertraging.

De vrijstelling geldt enkel voor wie zijn geld bij een Belgische bank deponeert. En dat druist meer dan waarschijnlijk in tegen het Europees recht. Het Europees Hof van Justitie buigt zich binnenkort over de zaak.