Premier Di Rupo kreeg tijdens het wekelijkse vragenuurtje verschillende vragen voorgeschoteld over het akkoord dat het uitvoeringscomité voor de staatshervorming woensdag bereikte over de hervorming van de dotaties aan de koninklijke familie. ‘Een historische hervorming,’ aldus de premier, ‘die verder gaat dan wat in vele andere monarchieën bestaat.’ Op vraag van Jean-Marie Dedecker (LDD) preciseerde hij dat de overgangsmaatregel voor prinses Astrid en prins Laurent, die hun dotatie behouden, zal blijven bestaan tot aan ‘het uitdoven van hun bestaan’.

Vanuit de meerderheid stelde Open VLD’er Van Biesen dat er ook nood is aan de herziening van de rol van de monarchie en vroeg hij zich af of de premier daarrond nog een initiatief plant. De liberaal ziet een conflictsituatie rond het genaderecht van de koning, dat in strijd zou zijn met de wetten op de strafuitvoering.

Ook is er ‘de duidelijke wens’ voor een meer protocollaire functie van het staatshoofd. Van Biesen stelde daarbij dat de wetten voortaan door de regering zouden worden ondertekend en niet langer door de koning. Hij noemde het ook logisch de benoemingsbevoegdheid van de koning te beperken tot de eerste minister, die op zijn beurt de ministers zou benoemen. Ook is er de vraag naar de rol van het staatshoofd bij de regeringsvorming.

De premier herinnerde eraan dat het dossier geen deel uitmaakt van het institutioneel akkoord. Hij meent ook dat, dankzij deze hervorming, ‘de geloofwaardigheid’ van de monarchie zal worden versterkt. ‘Wie luid roept, bereikt niets’, richtte hij zich tot de critici van het akkoord. ‘Wij zorgen voor echte hervormingen en echte veranderingen.’