De financiële afspraken waarover de Vlaamse regering vrijdag een ontwerpdecreet goedkeurde, zijn duidelijk. Geen enkele manager of bestuurder mag meer verdienen dan de minister-president. Die heeft een jaarsalaris van 242.000 euro. Bovendien mag de variabele verloning niet meer dan 20 procent van het salaris uitmaken. Een vertrekpremie mag in het contract opgenomen worden, maar die mag niet meer bedragen dan een jaarsalaris.

De regeling geldt voor alle instellingen van de Vlaamse overheid. Maar geen algemene regel zonder uitzonderingen. Zo kan de Vlaamse regering na het volgen van een procedure beslissen om af te wijken van de loonnorm als de marktomstandigheden de politici daartoe dwingen.

Goed bestuur

Het ontwerpdecreet dat de Vlaamse regering vrijdag goedkeurde, gaat niet alleen over de toplonen, Ook heel wat facetten van zogenaamd deugdelijk bestuur worden in het nieuwe decreet verankerd. Zo moet bijvoorbeeld één op de drie leden van de raden van bestuur ‘onafhankelijk’ zijn. Voorts moeten alle Vlaamse diensten ook een deontologische code hebben en een regeling om klokkenluiders te beschermen.

Terwijl in de Vlaamse regering het akkoord rond is, wordt in de federale regering al bijna een jaar gebakkeleid over een inperking van de toplonen van overheidsmanagers. De voormalige minister van Overheidsbedrijven Paul Magnette (PS) ving al twee keer bot en nu probeert zijn opvolger, Jean-Pascal ­Labille (PS), deze week eindelijk een compromistekst door de topministers van de federale regering te laten goedkeuren. Daarin wordt volgens onze informatie nog altijd uitgegaan van een basissalaris van 200.000 euro – vergelijkbaar met de premier – met daar bovenop de mogelijkheid ook een ­variabele vergoeding van 90.000 euro toe te kennen. Maar de vraag is hoeveel uitzonderingen er mogelijk zullen zijn.