Waarom grijpen meisjes bijna automatisch naar speelgoedpoppen en niet naar autootjes? Opvoeding, menen wetenschappers: de omgeving leert hen dat dat zo hoort. In Amerika is echter een psychiater opgestaan, Louann Brizendine, die er een controversiëlere verklaring op nahoudt. Volgens haar ontstaan vrouwelijke eigenschappen in het brein en de door de chemie van hormonen. ,,Vrouwen nemen de wereld anders waar'', beweert ze. ,,Als vrouwen die verschillen beter leren kennen, zullen ze hun leven beter de baas kunnen.'' Haar boek The Female Brain , dat volgende maand in de boekhandel ligt, belooft nu al voor controverse te zorgen.

Cascade van hormonen

Brizendine gaat ervan uit dat mannen en vrouwen zich op een verschillende manier gedragen omdat hun hersenen anders zijn opgebouwd. Het mannelijk brein verschilt niet alleen structureel van het vrouwelijke, maar maakt bovendien verschillende stoffen aan. ,,Het effect van hormonen op het vrouwelijk welzijn wordt zwaar onderschat'', stelt de gender-specialiste. ,,Meer aanmaak van oestrogeen, cortisol en dopamine zorgt ervoor dat een vrouw zenuwachtiger reageert op een emotioneel conflict dan een man. Een paar onbetaalde rekeningen kunnen een cascade van hormonen veroorzaken, die haar dan weer angst voor een onoverkoombare catastrofe bezorgen. Vrouwen hebben 11 procent meer spiegelneuronen in het geheugen- en emotionele deel van het brein, waardoor ze zich beter kunnen voorstellen hoe een ander zich voelt. Toch nemen de meeste psychiaters het premenstrueel syndroom of een postnatale depressie bijvoorbeeld nauwelijks ernstig.''

Tot groot ongenoegen van een aantal collega's en sociologen opende Brizendine zelf een ziekenhuis waar vrouwen terecht kunnen voor hormoonvervangende therapie, psychofarmacologie en cognitieve gedragstherapie. ,,Het biologische verschil tussen mannen en vrouwen is verwaarloosbaar'', klinkt het bij de critici. ,,Er valt dus niets te verklaren.''

Weinig bewijzen

Ook de Vlaamse psychiater Kurt Audenaert van UZGent meent dat Brizendine een stap te ver gaat in haar redenering. ,,De vaststelling dat vrouwen kleiner en emotioneler zijn, betekent nog niet dat die twee een causaal verband hebben'', geeft hij als voorbeeld. ,,Er zijn inderdaad - ook hormonale - verschillen tussen mannen en vrouwen, maar die zijn niet dé ultieme oorzaak voor bepaalde symptomen. Over de zogenaamd grotere emotionele hersendelen is men het lang niet eens: concreet met de meetlat is nauwelijks een verschil vast te stellen. Misbruikte vrouwen of mensen met een borderlinestoornis daarentegen hebben wél anatomische verschillen in het brein.'' Daarom steunt Audenaert de kritieken vanuit Californië. ,,Opvoeding en omgeving bepalen veel meer. Dat een meisje met poppen speelt is voor 90 procent afhankelijk van haar opvoeding, en slechts voor 10 procent van haar hormonale huishouden. Ook de rol die ze toeschrijft aan de insula (zie illustratie) en de spiegelneuronen zijn betwijfelbaar. Dat we bij autisten, die veelal in hun eigen wereldje leven, minder spiegelneuronen vaststellen, klopt wel. Maar wetenschappelijke publicaties hebben geen link met vrouwen gelegd.''

Stereotypen

Audenaert stoort er zich vooral aan dat Brizendine weinig bewijzen aanbrengt voor haar veronderstellingen. ,,Brizendine heeft nauwelijks internationaal gepubliceerd en trekt meteen drastische besluiten. In Vlaanderen werken psychiaters wel degelijk nauw samen met gynaecologen: de afweging tussen een behandeling met antidepressiva of een hormonenkuur wordt hier wel zorgvuldig gemaakt.''

Feministen zijn dan ook niet te spreken over de opmars van zogenaamd wetenschappelijke literatuur over man/vrouwverschillen. Na Waarom mannen niets vergeten en vrouwen niets onthouden van Marianne Legato, Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen van Allan Pease en talloze andere boeken die de ,,onoverbrugbare verschillen'' tussen mannen en vrouwen centraal plaatsen, bekrachtigen volgens hen oude stereotypen ,,waar we zo lang tegen gevochten hebben.'' Toch vindt professor Audenaert niet dat feministen deze theorieën zo persoonlijk moeten nemen. ,,Het is de taak van de wetenschap hypothesen op te stellen die dan onderzocht moeten worden. Bij het zogezegde hersenenverschil tussen homo- en heteroseksuelen zijn we ook teruggefloten na onderzoek. Alleen blijven de huidige theorieën over vrouwen nog te veel theorieën. Dat maakt Brizendine en haar collega's precies zo ongeloofwaardig.''