Het zijn indrukwekkende cijfers in Franstalig België. Op niet minder dan 249 plaatsen in Brussel en Wallonië krijgen leerlingen ook sommige 'gewone vakken' in een andere taal dan het Frans. In de overgrote meerderheid van de gevallen is dat natuurlijk het Nederlands - in Brussel mag het zelfs niet in een andere taal. Sommige scholen onderwijzen eveneens vakken in het Engels of in het Duits. 'Immersiescholen', is de naam, naar het Franse woord immersion, onderdompeling. Dit jaar maken twintig extra scholen in Wallonië en Brussel gebruik van deze nieuwe lesmethode.

En in Vlaanderen? Daar staat de teller nog altijd op nul. Want het mag niet. 'De onderwijstaal is het Nederlands in het Nederlandse taalgebied', staat in de beruchte taalwet uit 1963. Zelfs toen Laurette Onkelinx (PS) in 1998 als Waals minister van Onderwijs een nieuw decreet uitvaardigde in de Franstalige gemeenschap, bleef het in Vlaanderen verplicht om les te geven in het Nederlands.

'Een wet die binnenkort vijftig jaar oud wordt, is aan herziening toe', is het harde oordeel van VUB-professor Piet Van de Craen, gespecialiseerd in meertalig onderwijs. 'Zeker in een eengemaakt Europa, waar veel nood is aan meertaligen. Sla er de vacatures maar eens op na: met een basiskennis van twee talen spring je tegenwoordig niet ver meer. In veel landen zijn ze jaloers omdat we in Vlaanderen de talen zomaar op straat hebben liggen, maar ze staan ervan versteld dat we er geen gebruik van maken.'

Betere kennis

Nochtans is bewezen dat immersie-onderwijs alleen maar voordelen heeft. 'We hebben àlles onderzocht en het gaat er allemaal op vooruit: hun kennis, hun vaardigheden, hun moedertaal, hun leerstof, hun motivatie', zegt Van de Craen. 'Dat de leerlingen de vreemde taal beter leren gebruiken, is geen verrassing. Maar de kinderen worden zelfs beter in hun eigen moedertaal, omdat ze al op jonge leeftijd over taal beginnen na te denken. En ook de leerstof krijgen ze beter onder de knie. We hebben met hersenscans zelfs aangetoond dat tweetalige kinderen minder lang moeten nadenken over eenvoudige sommen. Is 7+6 evenveel als 8+4, was de vraag. Hun hersenen hadden minder energie nodig dan die van kinderen die een tweede taal alleen op de gewone manier hadden geleerd. Immersie is dus meer dan een nieuwe vorm van taalonderwijs, het is een betere onderwijsmethode.'

'Pervers'

Het is dus geen wonder dat bijna alle Europese landen immersie-onderwijs hebben ingevoerd. Behalve Vlaanderen blijven alleen Portugal, IJsland en Denemarken nog achter.

'Onbegrijpelijk', vindt Van de Craen. 'Het is te wijten aan taalgevoeligheden en de angst voor verfransing in de Brusselse rand, maar dit gaat niet over politiek. Dit is een vernieuwende onderwijsmethode die de ideologie ver overstijgt. Het is pervers om ertegen te zijn. Welke leraar wil niet dat zijn leerling beter kan worden? Vlaanderen moet het zelfrespect hebben om dat toe te laten. Want welk regime dit land ook zal kennen, het zal altijd tweetalige mensen nodig hebben. En het zal niet Nederlands-Engels zijn. Zelfs in de Brusselse rand is immersie-onderwijs geen gevaar. Want de Franstalige kinderen krijgen daar dan toch in de twee talen les?'

In het kader van een 'proefproject' bestaat immersie-onderwijs voorlopig in negen Vlaamse scholen. Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) heeft dat project voor één jaar verlengd, maar zonder extra subsidies. 'Ik ben voorstander van meertalig onderwijs, maar het mag geen sociaal uitsluitingsonderwijs worden', zegt Smet daarover. 'Binnen de regering is afgesproken dat het proefproject eerst geëvalueerd wordt. Als die evaluatie positief is, wordt het moeilijk om daar niet mee verder te doen.'