Het was de bedoeling van de woningen van twee cipiers van de Brugse vrouwengevangenis in brand te steken. De eerste brand stichtten ze omstreeks 2.50 uur in de Beverhoutsveldstraat in Oedelem. Daar vergisten ze zich van woning. De geviseerde cipier woont in het huis ernaast. De brand werd snel geblust en richtte weinig schade aan. In de Drie Belfortenstraat in Geluveld legden ze een molotovcocktail tegen de woning van een cipier. Die richtte weinig schade aan.

Uit het onderzoek blijkt dat de twee broers de opdracht kregen van hun moeder Maria D., die in de Brugse gevangenis verblijft. In die zaak werd een beschuldigende vinger uitgestoken naar de directie van de gevangenis die op de hoogte was van een op til staande aanslag. De directie waarschuwde niet onmiddellijk de gerechtelijke diensten of de politie.

De zaak wordt voortgezet op 8 januari. (odw)