Met zijn aparte kapsel, leren broek en zwartgele legerbottines zou je verwachten dat Patrick Brysbaert opvalt. Zeker in combinatie met zijn statige, zwarte toga. En toch draait haast niemand het hoofd, wanneer hij voor onze fotograaf poseert op de trappen van het Antwerpse gerechtsgebouw. Alsof de advocaat uit Zoersel vergroeid is met het meubilair.

'In het begin dachten ze dat ik ziek was. Nu zijn ze het al lang gewoon. (glimlacht) Maar de meningen blijven verdeeld, natuurlijk. Voor de een kan het. Voor de ander vereist ons vak neutraliteit. Het is hun goed recht om dat te vinden, maar die neutrale indruk wordt niet bepaald door een tweedelig pak. Wel door de inspanningen die je dag in dag uit levert.'

Relatie op de klippen

Ooit was Patrick anders, dácht hij ook anders. 'Twintig jaar geleden paste ik perfect in het plaatje. Mijn lichaam was niet versierd. Ik had kort haar, droeg een klassiek kostuum en kwam met een dikke Saab naar de rechtbank. Wel tweedehands, maar dat wist geen kat. Toen mijn relatie op de klippen liep, ben ik door een diep dal gegaan. Ik moest er even uit en baatte een jaar een café uit. Ik liet grote vleugels op mijn rug tatoeëren. Een erotisch tafereel op mijn schouder. Eindelijk kon ik ook mijn piercings laten zien. Een ware bevrijding. Maar tegelijkertijd kreeg ik lessen in nederigheid. Rond ons vak hangt een aureool van ongenaakbaarheid, maar uiteindelijk zijn we maar advocaat.'

Toch besefte Patrick dat hij nooit echt kon afkicken van de advocatuur. 'Ik miste het. Maar terugkeren betekende voor mij ook dat het toneeltje dat ik zo lang had opgevoerd, moest stoppen. Tien jaar geleden deed ik opnieuw de stap naar mijn vertrouwde ivoren toren.'

Met knikkende knieën, dat wel. 'Het is het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb. Moeilijker dan uitkomen voor mijn homoseksuele geaardheid. Stel je eens voor: van een klassieke, stijfdeftige man naar een regelrechte punker, in amper een jaar tijd. Met hanenkam, piercings, opvallende kettingen én een ijsberenklauw rond de nek. Jawel, hun mond viel open. En de stafhouder wilde mij - begrijpelijk - onder vier ogen spreken. Want het leefde wel.'

Roddels achter de rug

Collega's leerden ermee te leven. Zelfs zijn klanten zien geen graten meer in zijn aparte uiterlijk. 'Mijn cliënteel bestaat uit alle soorten mensen. Ze appreciëren me om mijn vakkennis. De rest vinden ze bijzaak. Misschien dat er wel achter mijn rug geroddeld wordt, maar dat stoort me niet. Het is wel eens gebeurd dat een rechter me vertelde dat hij piercings echt niet vond kunnen voor de advocatuur. Ik vreesde het ergste voor dat vonnis, maar uiteindelijk heeft hij correct geoordeeld. De magistratuur doet wat ze geacht wordt te doen: het dossier beoordelen op zijn juridische inhoud, niet op de uiterlijke verschijning van de pleiter.'

Spijt van zijn metamorfose heeft het Kempense buitenbeentje niet. 'Ik doe dit écht niet om te choqueren, ik doe dit omdat ik het oprecht mooi vind. Uiterlijk is voor mij trouwens niet belangrijk, ik wil gewoon mezelf kunnen zijn. En zo abnormaal is het nu ook weer niet. Het zou fijn zijn mochten sommige confraters mijn voorbeeld volgen. Al wil ik niks forceren. Beetje bij beetje tracht ik het pad te effenen. En we komen er wel. Die toga mag blijven, maar mensen moeten ook durven te tonen wat eronder zit. De advocatuur vertegenwoordigt de hele maatschappij. Wel, daar horen mensen als ik bij.'

54 is hij nu. En hoewel je het niet zou zeggen, is Patrick zijn wilde haren al lang kwijtgespeeld. 'Ik kom tot rust in de bossen, speel urenlang klassieke muziek op mijn vleugelpiano en beoefen het sjamanisme. Daar wil ik later in voortgaan. Nu geniet ik nog van mijn job maar die discussies en constant je gelijk moeten halen, dat is allemaal best vermoeiend. Dan denk ik mensen ook op een andere manier te kunnen helpen. Weg van alle drukte. Weg van alle theater.'

Of hij dan nog een hanenkam zal hebben? 'Ik ben Nana Mouskouri niet', grapt hij. 'Zij zal sterven met haar lange zwarte haren en die opvallende bril. Ik niet. Dat zou pas saai zijn.' (lacht)