Kwade kiezers hebben zondag een einde gemaakt aan het tijdperk waarin twee grote politieke partijen afwisselend regeerden. Pasok en Nieuwe Democratie verloren het grootste deel van hun aanhang. Zij worden verantwoordelijk gehouden voor de drastische economische teruggang en voor het internationale akkoord met knellende voorwaarden.

Volgens de voorlopige resultaten eindigt de conservatieve partij Nieuwe Democratie bovenaan met rond de twintig procent. De socialistische beweging Pasok haalde niet meer dan vijftien procent van de stemmen.

De radicaal linkse partij Syriza, die de bezuinigingsakkoorden afwijst maar wel binnen de eurozone wil blijven, is nu net zo groot als Pasok en daarmee de grootste verrassing van deze verkiezingen. Neonazipartij Gouden Dageraad heeft de kiesdrempel ruim gehaald en komt met ongeveer zeven procent voor het eerst in het parlement.

Dit is waarvoor regeringen in West-Europa en gematigde Grieken vreesden. Kiezers zijn uitgeweken naar de radicale flanken, zowel naar links als naar rechts. De uitkomst maakt het extreem moeilijk een stabiele coalitie te vormen die de afgesproken bezuinigingen en hervormingen kan en wil uitvoeren.

Het wordt de vraag of een coalitie van Pasok en Nieuwe Democratie, twee rivaliserende partijen die in het verleden steevast goed waren voor zo'n tachtig procent van de stemmen, genoeg steun in het parlement heeft voor een meerderheidsregering. Dit ondanks de bonus van vijftig zetels (van de 300) voor de grootste partij. Het wordt moeilijk om een derde coalitiepartner te vinden die zich wil compromitteren door medewerking aan de bezuinigingsdoelen.

Het alternatief, een coalitie uit de keur aan middelgrote partijen, is echter nog onwaarschijnlijker. De partijen verschillen onderling radicaal. De communistische partij KKE, goed voor ongeveer acht procent, heeft al aangegeven niet mee te doen in een coalitie.