In de nacht van 29 op 30 juni 2004 stak Leentje Lammertyn haar eigen woning in de Rumbeeksegravier in Rumbeke in brand. Op de bovenste verdieping lagen haar man Dirk De Smet (40) en hun elfjarig zoontje en negenjarig dochtertje te slapen. Zij konden ternauwernood uit de brandende woning ontkomen, nadat De Smet wakker werd door de rook en onmiddellijk naar de kamers van de twee kinderen snelde. Ze konden via een raam op de eerste verdieping en met behulp van een matras en ladders ontsnappen.

De Smet alarmeerde bij de buren de brandweer, die Leentje uit het huis haalde. Het gezin werd met intoxicatieverschijnselen opgenomen in het ziekenhuis, maar daar kreeg De Smet te horen dat er in de woning verschillende brandhaarden, onder meer bij de trap, waren ontdekt en dat de brand was aangestoken door zijn eigen vrouw. Op het gelijkvloers werden kaarsen ontdekt die de meubelen in brand staken en er werd een autoband gevonden. In de woning hing ook een sterke geur van brandalcohol. Aluminiumfolie voor de ramen moest beletten dat voorbijgangers de vlammen zouden opmerken.

De vrouw, die al een tijdje depressief was, bekende aanvankelijk dat zij uit het leven wilde stappen en niet wilde dat haar gezin alleen achterbleef. Ze had al de nodige schikkingen getroffen voor haar begrafenis en die van haar man en haar kinderen. Zo lagen in het tuinhuis foto's van de familie klaar voor de bidprentjes. Later nuanceerde de vrouw dat verhaal: ze wilde haar gezin niet ombrengen, de brandstichting was als noodkreet bedoeld.

Leentje verbleef vier maanden in voorhechtenis en liet zich daarna spontaan psychiatrisch behandelen. Intussen werd de aanklacht van moordpoging, waardoor zij een assisenproces riskeerde, omgezet in opzettelijke brandstichting.

Snelle verzoening

Al vrij snel na de feiten verzoende Dirk De Smet zich met zijn vrouw. ,,We zijn getrouwd in goede en kwade dagen en de kinderen wilden hun ouders niet verliezen. Daarom wilde ik Leentje na twaalf jaar huwelijk niet laten vallen, ook al kon ik niet steeds op begrip van mijn familie rekenen. Tenslotte waren zij bijna hun zoon, broer en kleinkinderen kwijt. Leen liet zich behandelen voor haar problemen en na de uitspraak van de rechter proberen wij nu dat hoofdstuk definitief af te sluiten'', aldus Dirk De Smet. De rechter hield blijkbaar rekening met de verzoening en veroordeelde de vrouw tot vier jaar voorwaardelijk, terwijl het openbaar ministerie vijf jaar met uitstel had gevorderd. De voorhechtenis blijft wel effectief en de vrouw moet zich verder psychiatrisch laten begeleiden.