Verhuurt u het appartement gemeubeld - wat wellicht het geval is - dan valt de belasting op de huurinkomsten uiteen in twee stukken, namelijk de belasting op de huurinkomsten van het appartement zelf en de belasting op de verhuur van de meubels.

De verhuur van het appartement zelf hoeft u bij vakantieverhuur niet afzonderlijk te melden aan de fiscus. Dat zit vervat in het kadastraal inkomen, dat u sowieso moet aangeven op uw belastingaangifte. Op basis van dit kadastraal inkomen wordt u belast. Of u het appartement al dan niet verhuurt, maakt daarbij niet uit.

De verhuurinkomsten van de meubels moet u in principe wél afzonderlijk aangeven. De fiscus aanvaardt dat de verhuurinkomsten van de meubels forfaitair geraamd worden op 40 procent van de totale huur. Daarvan mag de helft worden afgetrokken als kosten voor onderhoud en afschrijving.

Het overige moet u invullen op uw belastingaangifte onder de rubriek 'roerende inkomsten'. Op dat bedrag wordt 15 procent roerende voorheffing berekend.

Veel verhuurders verzuimen het om de inkomsten van de meubels afzonderlijk aan te geven. Meestal blijft dat onopgemerkt, maar in bepaalde situaties komt het toch aan het licht. Zo gebeurt het wel eens dat belastingambtenaren getipt worden of dat ze verhuuradvertenties uitpluizen om belastingplichtigen tot bekentenissen te dwingen.