tekst Kathleen Vereecken illustraties Hermien Verstraeten



Ik wens alle kinderen ouders toe die kwetsbaar kunnen zijn. Tonen dat je soms twijfelt, is belangrijk

Peter Adriaenssens

Kinderpsychiater



Je kinderen graag zien is echt niet genoeg. Liefde zonder opvoeding is verwennerij

Peter Adriaenssens



'Omdat ik mezelf graag beschouw als een gemotiveerde moeder , kijk ik vaak naar opvoedingsprogramma's op de televisie', vertelt Annelies, moeder van een peuter. 'Het is begonnen met die man met zijn grijze staartje in de nek op Vitaya ( dokter Michael Weiss in 'De kinderpsycholoog op bezoek', nvdr. ): hij pakte de problemen met kinderen op een zodanig vanzelfsprekende manier aan dat opvoeding op slag kinderspel leek. Daarna volgden Nanny 911 en onze eigenste Supernanny . Het vervelende is dat mijn zelfvertrouwen als moeder omgekeerd evenredig is met de hoeveelheid programma's die ik al bekeken heb. Want bij mij loopt het toch een stuk minder vlot.'

Wat een rotjong

'Toen ik onlangs met mijn zoontje van twee naar de supermarkt moest, hield ik mijn hart vast op het moment dat we aan de kassa moesten aanschuiven. Hij graait dan altijd naar die slim opgestelde zakjes snoep, en als hij er niet bij kan, begint hij te jengelen en -- even later -- te brullen van frustratie. Hij loopt dan steevast paars aan en de verstikkingsdood lijkt nooit veraf. Supernanny zou zeggen: Negeren. Fout gedrag beloon je niet met aandacht! Ja, hoor. Probeer dat maar eens vol te houden. Iedereen staart je aan, en in die blikken liggen veel verschillende boodschappen. Als ik niets doe, lees ik: Wat een rotjong. Wat een dweil van een moeder. Het zou bij mij niet waar zijn! Word ik boos, dan hoort hij me niet, omdat hij te hysterisch is. Hem overroepen zou belachelijk zijn. Geef ik hem zijn zin, dan zwijgt hij, maar dan krijg ik meewarige glimlachjes of blikken van misprijzen. En dan voel ik me laf en zwak.'

'Weet je wat ik op zo'n moment het liefst van al zou doen? Hem een pak voor zijn broek geven. Maar dan mishandel ik hem, en dan krijg ik misschien wel het Kinderrechtencommissariaat over me heen. Bovendien voel ik me dan rot. Schuldig. Een onwaardige moeder. Als ik mijn ouders, maar vooral mijn grootouders hoor vertellen over hun kindertijd, dan leek alles zo simpel. Ouders deden gewoon wat ze dachten dat juist was, en ze waren lang niet altijd even zachtzinnig met hun kroost. En toch werd hun kroost groot zonder noemenswaardige trauma's. Maar wij? Wij kwellen onszelf met de drang perfect te willen zijn.'

Kwetsbare ouders

Het is vreemd: we weten beter dan ooit hoe we onze kinderen moeten opvoeden. Televisieprogramma's, boeken en magazines (zoals dit, jawel) vertellen het ons van naaldje tot draadje. We zijn de kampioenen van de theorie. Bovendien hebben we allemaal wel een mening over hoe wij de kinderen van die ándere ouders zouden aanpakken. En toch zijn we nog nooit zo onzeker geweest over de manier waarop we onze kinderen opvoeden. Dat klopt, beaamt kinderpsychiater Peter Adriaenssens, maar: 'Vroeger waren ouders misschien een tikje té zelfzeker, terwijl ouders van vandaag voorzichtiger te werk gaan. Ze stellen zichzelf en hun methodes vaker in vraag en ze gaan er niet meer van uit dat ze het allemaal wel weten. Maar die onzekerheid, als je ze zo wilt noemen, heeft ook een mooie kant. Eigenlijk wens ik alle kinderen ouders toe die kwetsbaar kunnen zijn. Mensen die zeggen: Ik doe ook maar om goed te doen. Misschien zou ik je bepaalde dingen moeten toelaten, maar ik twijfel . Tonen dat je soms twijfelt, dat je onzeker bent over bepaalde dingen in het leven, is belangrijk. Zo leren kinderen dat ze zelf ook niet perfect hoeven te zijn, dat het oké is -- en vaak zelfs goed -- jezelf in vraag te stellen.'

De school moet het doen

Voor zwart-witdenken is nauwelijks nog ruimte in de opvoeding. We verdrinken in de grijstinten, en de juiste nuance kiezen, vraagt veel overleg en afwegen van pro's en contra's. En daar loopt het soms mis. Anne-Sophie geeft les in het vijfde leerjaar van de lagere school en merkt dat sommige ouders van een leerkracht méér verwachten dan het pure lesgeven.

'Beleefdheid, leren delen met anderen, de bevrediging van je wensen uitstellen, zonder te brullen en te slaan een meningsverschil uitklaren: je zou denken dat je die dingen van je ouders moet leren, niet? Bij enkele van mijn leerlingen is dat braakliggend terrein. Onwaarschijnlijk vind ik dat net die lakse ouders hier het snelst staan om me de wind van voren te geven als hun -- slecht opgevoede -- kind een terechte straf krijgt.'

Volgens Peter Adriaenssens heeft ook dit te maken met twijfel en onzekerheid bij de ouders. 'Ze vrezen dat leiding geven per definitie betekent dat ze van de oude stempel zijn. Het resultaat: ze laten de teugels volledig los en de school mag de opvoeding overnemen. Het is normaal dat kinderen en jongeren testen hoe ver ze kunnen gaan. Ze stellen hun eisen, ze proberen van alles uit. Dat betekent niet dat je ze kunt loslaten. Kinderen hebben volwassenen nodig die paal en perk stellen aan hun eisen, en dat begint al heel vroeg. De basis voor de opvoeding moet thuis gelegd worden. De school is er alleen maar om die basis te verfijnen, om alles wat ze geleerd hebben, bijvoorbeeld toe te passen in hun contacten met andere kinderen en volwassenen. Je kinderen graag zien is echt niet genoeg. Liefde zonder opvoeding is verwenning.'

Tieners

Met name tieners zijn doorgaans heel bedreven in het balanceren op het slappe koord tussen wat kan en niet kan. Ze dagen hun ouders uit, zeuren niet zelden om extraatjes op elk vlak. Peter Adriaenssens: 'Ik zie heel wat tieners die te veel geld en te veel vrijheid krijgen. We schijnen het ook normaal te vinden dat het geld dat jongeren met vakantiewerk verdienen, helemaal zelf mogen houden en vrij besteden, terwijl het nu net onderdeel van de opvoeding zou moeten zijn ze te leren sparen. En precies dat is nu een goede kant van de crisis: ze biedt ons een opvoedkans bij uitstek. Meer ouders spreken hun kinderen weer -- noodgedwongen -- aan op grenzen. Op reis gaan is bijvoorbeeld minder vanzelfsprekend, omdat de ouders misschien even moeten afwachten hoe hard de crisis toeslaat op hun werk.'

Weg met deskundigen

We hadden het er al over: de deskundigheid waarmee de media ons op elk vlak -- dus ook over opvoeding -- om de oren slaan, heeft soms een averechts effect. Wie het goed weet, moet het ook goed doen. In zijn boek Paranoid Parenting trekt de Britse socioloog Frank Furedi stevig van leer tegen de deskundigen, want die hebben ouders doodsbang gemaakt voor wat er allemaal mis kan gaan met een kind. Snelle maar holle kreten als 'je moet voor alles een diploma hebben, maar het eerste het beste uilskuiken mag wel kinderen opvoeden', doen er ook geen goed aan. Opvoeden is ernstig werk, zo lijkt het, waarbij begeleiding door ernstige, speciaal daarvoor opgeleide lui onontbeerlijk is.

De Nederlandse psychologe Rita Kohnstamm volgt hem daarin: 'Moderne ouders moeten zorgen voor een leuk, gezellig gezinsleven', zegt ze in de Nederlandse krant Trouw . 'Hieruit spreekt een totale ontkenning van het gegeven dat conflicten, zorgen, narigheid en slechtheid onlosmakelijk verbonden zijn met het leven. Die zijn niet uit te bannen. Het gevolg is dat ouders bij problemen inderdaad de schuld bij zichzelf zoeken. En als ze het niet zelf doen, weten anderen wel met hun vinger naar hen te wijzen.'

Liefdevolle verwaarlozing

Weg met de overbezorgdheid van Jan en alleman, laat die kinderen nu gewoon kind zijn, vindt Kohnstamm. Laten we wat meer aan 'liefdevolle verwaarlozing' doen, want kinderen hebben avontuur en risico nodig om zelfstandig te worden. 'Ouders moeten de illusie van het maakbare kind opgeven. Als ze het kind eenmaal genomen hebben, moeten ze het ook zijn eigen gang kunnen laten gaan. En de deskundigen buiten de deur zien te houden.'

Peter Adriaenssens ziet het genuanceerder. Letterlijk dicteren hoe het moet, deugt niet. Kijk maar naar de huidige crisis: de financiële experts wisten precies hoe je verstandig moest omgaan met je geld, en ze hebben ongelijk gekregen. Een waarschuwing die kan tellen. Maar elke vorm van deskundigheid afwijzen, is het kind met het badwater weggooien. 'Ik geloof dat ouders veel baat kunnen hebben bij de kapstokken die je aanreikt. Je kunt de grote lijnen uittekenen, maar iedereen moet vrij zijn om die in te kleuren volgens zijn eigen buikgevoel. Niets kopiëren, maar je laten inspireren: daarvoor wil ik pleiten.'