Slechts een kwart van de mensen die trouwen, doen dat voor de kerk. Maar nog altijd worden bijna zes op de tien kinderen gedoopt. De zondagsmis is niet meer populair, maar nog altijd laat zeventig procent van de Vlamingen zich kerkelijk begraven. Kortom, we stellen zo'n beetje ons hoogst persoonlijke religieuze menu samen. Kerk à la carte , noemt de Leuvense socioloog Marc Hooghe dat. 'Vroeger namen katholieke gelovigen het hele pakket. Nu stellen ze hun eigen menu samen.'

Hooghe en zijn medewerkster Sarah Botterman van de KU Leuven zetten het werk van hun voorganger Karel Dobbelaere voort, die van 1967 tot 1998 met geregelde intervallen de kerkgang in België in beeld bracht. Ter gelegenheid van Kerstmis 2006 werd opnieuw gepeild naar doopsels, kerkelijke huwelijken, kerkelijke begrafenissen en het bezoek aan de eucharistie ter gelegenheid van Kerstmis.

Het opvallendste nieuws is dat nu ook de kerkelijke begrafenissen een forse duik nemen. Tien jaar geleden was al een eerste voorzichtige knik te zien, die zich nu doorzet. Andere kerkelijke rituelen kennen sinds de jaren zestig een continue daling.

'Het begrafenisritueel is een van de meest stabiele patronen in een samenleving', aldus Hooghe. 'Het is het ritueel waaraan we oude culturen herkennen. Ons begrafenisritueel is fors veranderd: in de jaren zestig was crematie nog erg omstreden. Nu zien we dat bijna de helft van de bevolking voor crematie kiest. Dat heeft ook zijn weerslag op de kerkelijke praktijk.' Hooghe vindt deze daling des te opvallend, omdat het meestal toch om oudere mensen gaat: 'De ontkerkelijking zet zich ook bij de oudere generatie door.'

In Brussel is de secularisering het verst doorgevoerd. Dat maar 17 procent van de Brusselse borelingen nog gedoopt worden, heeft gedeeltelijk te maken met de grote en relatief jonge moslimgemeenschap in de hoofdstad. Maar ook de andere kerkelijke rituelen scoren er erg laag.

In Vlaanderen was en blijft de katholieke praktijk groter dan in Wallonië. 'We zijn het zo gewend om naar onze verschillen te kijken', zegt Hooghe, 'dat we de gelijkenissen over het hoofd zouden zien. En die zijn er ook! We hebben de resultaten vergeleken naargelang het soort gemeente waarin de parochies liggen. In alle centrumsteden - of het nu Antwerpen of Roeselare is - is de kerkelijke praktijk lager. Op de buiten speelt de kerk nog veel meer een rol in het gemeenschapsleven.'

Hooghe spreekt in dit verband van een secularisering met twee snelheden : 'Er is een centraal gebied in België, dat zich uitstrekt van Waals-Brabant over Brussel en Mechelen tot Antwerpen, waar de kerk geen centrale rol meer speelt in het leven. En dan zijn er de meer afgelegen gebieden waar dat wel het geval is: grote delen van West-Vlaanderen en Limburg, het Meetjesland, de Noorderkempen, Doornik, Luxemburg en de Oostkantons. Merkwaardig: de Oostkantons lijken veel meer op pakweg Diksmuide dan op hun buren in Wallonië.'

Hoopgevend nieuws voor het instituut Kerk is dat ze op 208.000 vrijwillige medewerkers kan rekenen, van koorzangers tot misdienaars en mensen die voor het kerkonderhoud zorgen. 'De Kerk is de grootste vrijwilligersorganisatie in het land. Dat is positief voor de sociale samenhang', zeggen de onderzoekers. Maar ze waarschuwen ook: 'Met zoveel vrijwilligers en een almaar dalend aantal pastoors dreigt de balans in de parochies door te slaan. Dat kan op termijn spanningen geven. De Kerk moet durven nadenken over een andere organisatie van zijn parochies.'