De nacht van 6/7 juni 1915 werden maar liefst vier luchtschepen ingezet om Groot-Brittannië te bestoken. Het was een Marineschip, de L.9, samen met de LZ.37 uit Etterbeek, Erich Linnarz met zijn LZ.38 uit Evere en de LZ.39 die in Sint-Agatha-Berchem lag. Deze vier zeppelins hadden als missie Londen te bombarderen. Maar het zat de formatie lang niet mee. Erich Linnarz, met zijn LZ.38, moest wegens motorpech onmiddellijk naar Evere terugkeren. Net boven de Noordzee kregen de drie overblijvende luchtschepen van het Duitse hoofdkwartier het bevel de missie af te breken wegens te slechte weersomstandigheden en de steven te wenden naar Calais om daar de spoorweg-installaties te bombarderen. De LZ.37 en LZ.39 volgden dit bevel op en koersten via de kustlijn, die goed verlicht was door de vuurtorens, naar hun nieuw doel. De L.9 daarentegen zette zijn oorspronkelijke opdracht gewoon verder. Vermoedelijk waren ze het radiocontact kwijtgeraakt of was hun radioapparatuur defect.

De Britse admiraliteit wist dat drie luchtschepen de Belgische kust kruisten. Meteen werd het plan ten uitvoer gebracht: twee Morane-jachtvliegtuigen, gestationeerd in Noord-Frankrijk, zouden de Zeppelins in de lucht onderscheppen.

Sub Lieutenant Reginald Warneford steeg met een compagnon op van een vooruitgeschoven basis bij Veurne. Hij vloog op de Morane Saulnier Type L 3253, een eendekker die hij speciaal toebedeeld kreeg om de luchtraiders te onderscheppen. Warneford zette koers naar Diksmuide. Boven Oostende zag hij het reusachtige silhouet van de LZ.37. De Duitse bemanning, onder bevel van boordcommandant van der Haegen, voelde zich relatief veilig, maar worstelde bij de nadering van Gent wel met problemen om hoogte te houden.

Om 1 u.50 dook Warneford voor de eerste maal naar de Zeppelin. De luchtschipbemanning vuurde uit al haar machinegeweren naar de Britse belager. De Morane-piloot verdween in het donker en wachtte een volgend moment af. Om 2 u.15 naderde de LZ.37 Gent en begon men aan boord met de voorbereidingen tot het landen. Warneford was intussen tot bijna vierduizend meter gestegen en bevond zich op dat moment boven de Brugsevaart richting Brugge. Hij schakelde de motor uit, en zweefde gierend naar omlaag. In zijn verslag verklaarde hij:

'Toen ik bijna boven het monster was, zakte ik vijftien meter en wierp zes bommen af. De zesde trof de romp in het midden en er volgde een geweldige explosie. De luchtverplaatsing rondom mij was zo groot dat ik dacht in een tornado te zijn terechtgekomen. Mijn toestel werd in de hoogte geslingerd en dan ondersteboven geworpen'.

Alfons Franssen uit Gentbrugge getuigde later in 1976 wat hij als 11-jarige meemaakte.

'Heel vroeg in de ochtend werden we om de een of andere reden wakker. We zagen een felle klaarte op de slaapkamer en we sprongen het bed uit. Door de ramen zagen we de Zeppelin in een vuurrode gloed opduiken. We schoten in ons broek en we renden de straat op. We hoorden verre geluiden, het knetteren van het vuur en mogelijk ook geschreeuw van mensen, maar dat was niet duidelijk. We zagen het geraamte van het luchtschip en geweldige flarden die langs alle kanten brandend rondvlogen. Er vielen kleine en grote dingen uit het vuur, misschien ook brandende mensen, maar ook dat is niet absoluut zeker, we waren te opgewonden om goed te kijken. Want we hadden maar één doel en het was het brandend luchtschip te volgen. (...) Flarden brandende dingen vielen in het dokwater. Intussen gleed de brandende reus neer, met de staart op het klooster van de Visitatie, met de buik over de straat en met de kop op het kerkhof van Sint-Amandsberg.'

De brandende zeppelin liet van de Brugse Poort tot Sint-Amandsberg een spoor van gloeiende en smeulende wrakstukken achter. Het waren die brokken aluminium die later zeer gegeerd waren bij souvenirjagers.

Intussen had de brandende zeppelin boven het Groot Begijnhof in Sint-Amandsberg volgens de ene wrakstukken, volgens de andere een bom verloren. Deze sloeg door het dak van het huis van zuster Sidonie Maes, waarbij de negenjarige Odile Maes om het leven kwam. Het begijntje dat in dezelfde kamer sliep, werd slechts licht gewond aan de benen. Door de inslag waren pannen van het huis gerukt, ruiten aan diggelen en op de koer was een put in de grond geslagen van ruim één meter breed en een halve meter diep. Aarde en stenen werden in het rond geslingerd.

Enkele ogenblikken later brak het brandend tuig in twee. De voorkant sloeg te pletter op het klooster van de zusters van O.-L.-V. Visitatie.

Het brandende wrakstuk gleed van het gebouw en bleef naast het klooster en gedeeltelijk voor de Sint-Amanduskerk liggen. Het achterste deel miste nipt het klooster en de kerk en kwam schuin over de Gentstraat en op het kerkhof te liggen.

Het brandende wrak veroorzaakte heel wat schade aan het klooster. Een motor viel door het dak. Brandende stukken en benzinebussen veroorzaakten brand in de stallingen van het neerhof van het klooster. Ook de gebouwen van het externaat werden door brand beschadigd. De slaapzaal van de zusters deelde in de brokken. De 32-jarige zuster Elisa (Marie Coolsen) kwam om in de vlammen. De zusters Eleonore (Esther Van Haverbeke) en Longina (Pharaïlde Van de Kerckhove) werden zwaar gewond.

Ondanks het nachtelijk uur waren reeds zeer veel mensen op de been. Vooral buurtbewoners waren er het eerst bij en probeerden hier en daar te helpen. Een massa nieuwsgierigen stroomde van overal toe. De ordedienst werd verzekerd door de politie van Sint-Amandsberg. Zodra de Duitse gendarmes en soldaten aankwamen namen zij op bevel van de officieren de ordehandhaving over en grendelden het rampgebied volledig af. Alleen dokters, verplegers, priester en ambulanciers mochten door.

De enige overlevende aan boord was Steuermann Alfred Mühler. De Duitse getuige Heinrich Wandt schreef hoe dit bemanningslid aan de dood ontsnapte: 'De enige overlevende van dit luchtduel had de spraak verloren door een zenuwschok, maar tot algemene verwondering, had hij slechts oppervlakkige verwondingen opgelopen, te danken aan het feit dat hij zich in het achterste gedeelte van de gondel.'

Reginald Warneford zou slechts tien dagen van zijn triomf genieten. Hij kwam op 17 juni 1915 om 16 u. 30 tragisch om het leven te Villacoublay ten gevolge van een ongeluk met een splinternieuwe Farman HF 27 die hij voor zijn eenheid naar Veurne moest overvliegen.