Studente criminologische wetenschappen aan de KU Leuven Lore Mergaerts (21) bevroeg alle inwoners van de politiezone Sint-Truiden/Gingelom/Nieuwerkeren die in 2010 het slachtoffer werden van een woninginbraak. Uit de resultaten blijkt dat er meestal wordt ingebroken wanneer de bewoners niet thuis zijn. 'Vooral juwelen, cash geld, bankkaarten en cheques worden gestolen', zegt de stagiaire. 'Voor ruim drie vierde van de slachtoffers hebben de gestolen voorwerpen bovendien een emotionele waarde, wat de verwerking nadien bemoeilijkt.'

Verder heeft ruim 70 procent van de bevraagde slachtoffers last van slaapproblemen in de eerste maand na de inbraak. 'Een half jaar tot een jaar na de inbraak heeft nog één derde van de respondenten er last van', weet Lore. 'Verder blijken slachtoffers erg boos te zijn bij het ontdekken van de woninginbraak en ervaren ze in sterke mate angst, verdriet en onveiligheidsgevoelens. Enkele maanden na de inbraak nemen die gevoelens sterk af, maar toch blijft meer dan de helft van de slachtoffers nog altijd kwaad en voelen ze zich nog onveilig.'

De gevolgen op sociaal vlak blijven voor de meeste respondenten eerder beperkt. 'Ook blijken ze slechts in beperkte mate anderen minder te vertrouwen en overweegt bijna niemand om te verhuizen', zegt Lore.

Uit het onderzoek blijkt verder dat ruim drie vierde van de bevraagde slachtoffers op de hoogte is van de mogelijkheid om technopreventief advies in te winnen bij de lokale politie. 'Nog niet veel respondenten hebben daarvan al gebruik gemaakt voor de inbraak. Toch was bijna 95 procent van de woningen voorzien van enige vorm van beveiliging op het moment van de inbraak', zegt Lore. 'Ruim 70 procent van de slachtoffers nam extra beveiligingsmaatregelen na de inbraak, ondanks dat heel wat respondenten van mening zijn dat het nemen van voorzorgen niet helpt.'

Lore Mergaerts doet ook enkele aanbevelingen voor het beleid. 'In eerste instantie is het nuttig de slachtoffers enkele maanden na de woninginbraak opnieuw te contacteren met de vraag of ze nog een gesprek willen. Daarnaast is het nuttig om het technopreventief advies verder uit te bouwen, zodat alle slachtoffers in de toekomst standaard beveiligingstips krijgen', zegt Lore.

'Er zou ook een manier gevonden moeten worden om slachtoffers op de hoogte te brengen van de verdere afhandeling van de zaak. De politie zou een systeem kunnen ontwikkelen waarbij slachtoffers automatisch het pv-nummer krijgen zodat ze op basis daarvan meer informatie kunnen inwinnen bij het parket', besluit Lore.

'Elke politieambtenaar moet ook een beetje slachtofferbejegening kunnen bieden en mensen moeten gesensibiliseerd worden', vult commissaris Johan Gielen aan.'