Er is weer toekomst voor de Vlaamse langoustine. Dat bleek gisteren op een druk bijgewoond seminarie dat het ILVO, samen met de Vlaamse Visveiling, organiseerde.

'De Vlaamse visserijvloot haalt vandaag amper 15 procente van het toegestane langoustinequotum op maar dat was ooit anders', stelt Hans Pollet, directeur van het ILVO. 'Onze vissers beschikken met 1.200 ton weliswaar over een aanzienlijk langoustinequotum maar omdat daarvan slechts 200 ton effectief wordt opgevist, bestaat het risico dat wij daarop zullen moeten inleveren', aldus nog Pollet. Toch bleek er na onderzoek binnen de vloot opnieuw een zekere interesse te bestaan voor de langoustinevisserij, aangemoedigd door onder meer de Rederscentrale, de Vlaamse Visveiling en de Dienst Zeevisserij. Uit die interesse ontstond onlangs de werkgroep Vlaamse Langoustinevisserij. In die werkgroep zitten ook geïnteresseerde reders.

'We onderzoeken alle mogelijkheden om deze sector nieuw leven in te blazen,' vertelt Hans Pollet, 'zoals een prijsgarantie en het gebruik van gespecialiseerde technieken om houdbaarheid en kwaliteit te verhogen. We werken bovendien aan een nieuw type visnet, specifiek te gebruiken voor het vissen op langoustines, met tal van voordelen zoals een aanzienlijke besparing op brandstof.'

Deze initiatieven kunnen volgens de ILVO-directeur de langoustinevisserij in sommige seizoenen doen uitgroeien tot een mogelijk alternatief voor garnaalvisserij en boomkorvisserij. Ook de restaurants zijn vragende partij.

Verse aanvoer

'Het kan toch niet dat wij onze langoustines uit Schotland, Nederland en Denemarken moeten halen, terwijl we vlak bij de Noordzee zitten', zegt Rudi Van Beylen van Hof ten Damme. 'Dit is een echte lekkernij, maar het is wel heel belangrijk dat we over een verse aanvoer kunnen beschikken.'