‘Audrey heeft nieuwe armpjes', schreeuwen de kindjes van het eerste kleuterklasje. Iedereen wil de nieuwe speeltjes –want zo bekijken zij de protheses– aanraken. Sommigen zien ze als handpoppen. En ook Audrey zwaait ermee alsof het om een stuk plastic speelgoed gaat. De klasgenootjes beseffen niet goed dat de hulpstukken ontzettend belangrijk zijn –en zullen worden– in Audrey's nog prille mensenleventje.

Met een ingenieus systeem dat op haar rug wordt gebonden, bedient ze haar rechterarmpje. Strekt ze haar armpje, dan knijpt een metalen staafje haar handje dicht. Plooit ze het, dan opent het bijna levensechte handje. ‘Na amper een uurtje oefenen is ze er al goed mee weg', zegt Liesbeth Bekers, de ergotherapeute die haar elke vrijdag begeleidt. ‘Ze kan de blokjes die voor haar liggen zonder problemen pakken en weer laten vallen.'

Liesbeth: ‘Voorlopig experimenteren we met haar rechterkant. Links draagt ze nog altijd haar siliconen prothese zonder grijpfunctie. Alleen zullen ze wat moeten bijgesteld worden. De artificiële ledematen zijn iets te lang. Audrey moet haar schouders te veel bewegen om te kunnen grijpen wat ze wil. Gelukkig is ze slim, creatief en inventief. Als ze pareltjes moet rijgen, klemt ze de draad handig tussen haar beentjes, legt ze de kraaltjes met gaatjes op een rijtje en mikt ze het koordje zo goed dat ze uiteindelijk een kettinkje maakt.'

De vrolijke kleuter probeert met de grootste zelfzekerheid haar grijphandjes uit en snijdt papier met haar nieuwe schaar. Die is op een blok gebonden om druk te kunnen zetten. Vakkundig snijdt ze een blad in twee. Later wil ze ‘prinsen en prinsessen kunnen knippen', fluistert ze. Maar twee uur ‘speciale les' is duidelijk genoeg voor Audrey. Nonchalant legt ze de armpjes naast zich neer en dartelt ze door de klas. ‘Vergeet niet dat de armpjes en beentjes soms te warm zijn of knellen', klinkt het. ‘Soms is ze ook handiger zonder dan mét prothese. Sneller ook.'

Als een acrobate

En dat blijkt. Ze kookt in haar minikeuken, danst en turnt. Indrukwekkend hoe ze als een acrobate stempeltjes uit een doos plukt en de figuurtjes, die erop staan, in haar armpjes drukt. ‘Ik wil kaboutertjes op mijn pollekes (zo noemt ze de uiteinden van haar armen, cdh).' Heel geconcentreerd is ze. Maar wanneer de kleine meid hoort dat haar mama haar komt ophalen voor het revalidatiecentrum is ze niet meer te houden. Met haar armpjes tracht ze de deurknop om te draaien. Al lukt het niet meteen. Vijf kleuters schieten haar te hulp. ‘De kindjes weten dat ze Audrey moeten helpen. En ze doen het allemaal', weet juf Ingrid. ‘Toch trekt ze haar plan. Sinds vorig jaar is ze er met rasse schreden op vooruitgegaan.'

Want Audrey komt van ver. Drie jaar geleden, op 1 april 2009, werd ze zwaar ziek. Mama Elfi was net bevallen van haar jongste dochter Yenthel, toen haar oudste verontrustend veel koorts maakte.

De diagnose was keihard: een pneumokokkeninfectie, die dodelijk kon aflopen. Drie weken lag Audrey in een kunstmatige coma en heeft ze gevochten voor haar leven. ‘Even dacht ik haar te verliezen. Ik kan het niet goed uitleggen, maar ik voelde haar niet meer', herinnert Elfi Meysmans (27) zich. ‘We waren ons aan het voorbereiden op het ergste. Maar op een avond –ik had net melk afgekolfd voor Yenthel– stond ik aan haar bedje, praatte ik tegen haar en stak ze prompt haar hand uit. Ze kneep er heel hard in. Je kunt niet geloven wat er toen door mij heen ging. Dokters en verpleegsters waren er niet gerust op en waarschuwden me voor mogelijke hersenschade. Zij wilden per se een CT-scan. Laat dat onderzoek toch, dit is mijn Audrey, zei ik. Ik ken ze goed genoeg. Moest er iets aan haar hoofd zijn, ik zou het merken.'

Lees het volledige verhaal in Het Nieuwsblad van zaterdag 12 mei