‘Ik ben tevreden met mijn koers en kende een goede dag, maar eerlijk gezegd rekende ik erop Lars Haverals te kunnen vloeren in de spurt. Ik voelde me in de finale de sterkste van de drie overlevende eerstejaars in de kopgroep. Haverals vertelde dat hij door zijn beste krachten heen zat en hij wou niet meer overnemen. Toen ik aandrong, vertelde hij me zelfs dat hij niet meer zou meespurten. Uiteindelijk spurtte Lars wel mee en ergens voel ik me dus wel een neus gezet.'

‘Ik viel al tijdens de eerste ronde aan en reed in feite 113 van de 120 kilometer in de aanval. Toen Killian Michiels de rol moest lossen, bleven er met Decoster, Haverals en ikzelf nog slechts drie eerstejaars over zodat we al zeker waren van podium. Het is jammer dat ik de slag miste toen Jasper De Buyst en Mike De Bie hun duivels ontbonden. Ik had toen net een dubbele kopbeurt achter de rug en moest passen. Zo niet was ik misschien meegeraakt tot de slotklim en had ik als eerstejaars de titel gepakt. Nu werd er in de slotronde wat naar elkaar geloerd.'

‘Ik was bang om aan te vallen en dan de terugslag te krijgen, maar misschien had ik toch moeten proberen om Haverals los te gooien. Het parcours was zwaar, maar een PK waardig.'