Als kleine jongen was tekenaar-schilder Gilbert Declercq al bezeten van vliegtuigen. Als 15-jarige tekende hij een vier bladzijden tellend verhaal, dat prompt, in 1963, werd gepubliceerd in Ons Volkske.

In 1977 kwam het Nederlandse stripblad Eppo (in Nederland zowat de tegenhanger van Robbedoes of Kuifje) aankloppen. 'Ze vroegen mij een technische strip te maken, een pilotenstrip in het genre van Dan Cooper of Buck Danny, maar dan wel geen militaire strip. Ik bedacht toen een reeks rond burgerpiloten in Engeland, die een kleine onderneming hadden met een vrachtvliegtuig, een C-119, de voorhanger van de bekende C-130.'

Die C-119 was in 1977 al in onbruik geraakt, maar op de basis in Koksijde stonden er nog twee gestationeerd. Via een paar contacten kreeg de jonge striptekenaar toestemming om het vliegtuig te mogen fotograferen en zo de nodige documentatie aan te leggen.

De naam Rud Hart lag op dat moment al vast. 'Ik weet niet hoe of waarom, maar ik had die naam al van kindsbeen af in mijn hoofd. Aanvankelijk was hij zelfs een geheim agent, een soort James Bond. Ik vond de naam toen heel universeel klinken, zowel Nederlands, als Engels. Toen men met de vraag over de pilotenstrip op de proppen kwam, heb ik de naam van de held behouden.'

In 1979 verscheen het verhaal De Opstandelingen in afleveringen in Eppo. Nadien volgden nog enkele verhalen, waaronder Olie voor Nagar en Vliegtuig vermist. De Opstandelingen verscheen nooit in albumvorm, waardoor Declercq voor de heruitgave nu plots een cover moest ontwerpen. 'Achteraf kijk ik daar met een goed gevoel op terug. Akkoord, in die eerste avonturen moet ik nog zoeken naar mijn stijl die achteraf wat gewrongen overkomt, maar ik ben best trots op hetgeen ik toen heb gepresteerd.'

Halverwege de jaren '80 verhuisde Rud Hart naar de krant Gazet van Antwerpen. 'Tot daar plots een hoofdredacteur het in zijn hoofd kreeg om het contract eenzijdig te verbreken. Dat betekende meteen ook het einde van de strip.'

Er werden negen verhalen afgewerkt. Hoewel hij nadien nog heel wat strips tekende, heeft Declercq zich er nadien nooit specifiek op toegespitst. Zo was hij ook actief als schilder, ontwerper van reclamepanelen en aquarellist. Tekenen in opdracht of op een studio à la Hergé of Vandersteen, wimpelde hij altijd af. 'Ik heb altijd in mijn onafhankelijkheid geloofd. Alleen is de tol van de eerlijkheid, het isolement', zegt hij met een knipoog.

De Rud Hart-strips verschijnen later dit jaar bij uitgeverij Bonte in Brugge