Het valt eigenlijk nauwelijks te vatten dat van de mensen die tijdens de nieuwjaarsnacht tegengehouden werden voor een alcoholcontrole – die op geen enkele manier een verrassing kon zijn – er meer dan vijf procent nog altijd positief blaast. Volgens de politie gaat het trouwens in de meeste gevallen niet eens over mensen die zich een beetje misrekend hebben en licht boven de norm blazen. Het blijft verbazend gemakkelijk om mensen te vinden die zich blijkbaar nergens van aantrekken en nog altijd stomdronken achter het stuur kruipen.

De ontgoocheling en zelfs kwaadheid bij de politie bij deze cijfers is perfect te begrijpen. Zij zien niet alleen de campagnes, de cijfers, de waarschuwingen, maar ook de gevolgen op de weg, als ze weer eens bij een ongeval geroepen worden waarbij alcohol een rol speelt.

De vraag is eigenlijk waarom we allemaal niet kwader zijn. Van de bestuurders die gecontroleerd werden, had 95 procent niet te veel gedronken. Velen van hen zijn opgegroeid in een tijd waarin het stigma op dronken rijden nog niet zo groot was. Niemand keek er toen van op als iemand na een feestje zonder veel nadenken in de auto stapte en iedereen dacht dat die persoon zelf wel kon oordelen of het verantwoord was te rijden.

Het overgrote deel van de mensen hebben die manier van denken intussen veranderd. Ze zorgen dat er op het eind van de avond iemand overblijft die niet of weinig gedronken heeft. Ze doen de nodige inspanningen wel. Maar ze begeven zich nog altijd op de weg in de wetenschap dat een minderheid zich daar niets van aantrekt en het verkeer zo willens en wetens gevaarlijker maakt. Waarom blijven ze dat pikken?

Het ziet ernaar uit dat een harde kern van de chauffeurs de klik niet maakt. Ze maken duidelijk dat vriendelijk vragen en dreigen met controles niet helpt. Ze maken duidelijk dat de enige optie strenger straffen is.