Van ontwormers tot pijnstillers
De productielijn bij Janssen Pharmaceutica begint in 1955 te lopen met de ontwikkeling van het geneesmiddel Neomeritine tegen pijnlijke maandstonden. Volgende in de lijn is Reasac tegen diarree, het medicijn werd in 1969 door de Apollo-astronauten meegenomen naar de maan. Haldol zorgde in 1958 voor een omwenteling in de psychiatrie. De ontwikkeling van het anesthesiemiddel Fentanyl in 1960 bracht een soortgelijke omwenteling teweeg in de chirurgie. Eind jaren '60 en begin jaren '70 worden enkele van de bekendste geneesmiddelen van Janssen Pharmaceutica op de markt gebracht: de schimmelbestrijder Daktarin, het antiwormmiddel Vermox, het geneesmiddel Motilium tegen maag- en darmklachten en de diarreeremmer Imodium. De jaren '80 brengen schimmelbestrijders Nizoral en Sporanox met zich mee. De eerste kunstmatige harttransplantatie in 1984 gebeurt met behulp van het Janssen Pharmaceutica anestheticum Sufenta. De vernieuwing gaat verder met de ontwikkeling van Eprex, dat een doorbraak betekende bij de behandeling van bloedarmoede. In de jaren '90 ziet pijnstiller Perdolan het levenslicht samen met de epilepsieremmer Topamax en het geneesmiddel Leustatine tegen bepaalde vormen van leukemie. In 2002 wordt Reminyl ontwikkeld, een geneesmiddel om de symptomen van Alzheimer te verminderen. (jho)