Het ongeluk deed zich voor in het Winston Churchill-gebouw, één van de gebouwen van het Europees parlement, dat in de jaren tachtig werd gebouwd. Een onderaannemer was gevraagd bijkomende kantoorruimte te maken in het gebouw, waarop die gaten in twee steunpilaren boorde. Die bleken met asbest geïsoleerd.

‘De boringen gebeurden ondanks duidelijke aanwijzingen op de site en in het contract dat er mogelijk asbest aanwezig was', benadrukt de persdienst van het Europees Parlement. De juridische dienst van het Parlement gaat daarom na welke stappen ondernomen kunnen worden tegen de gecontracteerde aannemer en diens onderaannemer.

Na controles bleek het slechts om een kleine asbestbesmetting te gaan. In het ventilatiesysteem werd ook geen asbest teruggevonden. Toch besloot het Parlement de ruimte waar geboord werd, hermetisch af te sluiten. Donderdag zou het asbeststof dat vrijgekomen is volgens de persdienst opgeruimd moeten zijn. De volgende plenaire vergadering van het Parlement, die volgende week maandag van start gaat, kan daarom gewoon plaatsvinden.