De beurshandel in New York kreeg vooral steun van de hoop op aanhoudende monetaire steunacties van centrale banken en positieve berichten over de Amerikaanse economie.

Op 9 oktober 2007 piekte de index op 14.164 punten. Maar de financiële crisis, in de VS begonnen als crisis op de woningmarkt, maakte een einde aan de stijging van die periode. Vooral in 2008 moest de index fors inleveren. Begin 2009 was de index weggezakt tot onder de 7.000. Sindsdien is het puntenaantal van de Dow Jones dus ruim verdubbeld.

De Dow flirtte al enkele dagen met een nieuw recordniveau, maar bij beleggers leek er precies een soort angst om door dat plafond te breken. Veel economen zijnhet er immers over eens dat de fundamenten voor een duurzaam herstel nog niet aanwezig zijn. De financiële crisis is wereldwijd nog te sterk voelbaar.

Maar beleggers trekken zich op aan het feit dat de amerikaanse industrie opnieuw lijkt te groeien, al blijft die groei voorlopig beperkt.