Waarom we toch nog in Brussel wonen

Vorig jaar schreef ik hier: 'Ik woon twintig jaar in Brussel en denk voor het eerst aan verhuizen'. Twaalf maanden later woon ik er nog. Omdat de toestand niet meer verslechtert. Er gloort zelfs beterschap.

Geluk is soms afwezigheid van ongeluk. Vorig jaar zijn we: niet overvallen, zijn onze wagens niet in brand gestoken, zijn de ruiten van onze auto's zelfs niet één keer ingeslagen, kregen we geen dieven over de vloer, kwamen de daklozen hun behoefte niet doen in onze gang.

Maar we zagen ons geluk niet meteen omdat we te dicht met de neus op immowebsites zaten. Want: Marian en ik, we zouden verhuizen uit Brussel. Op een avond konden we niet immosurfen want de schepen van Stadseigendommen (we huren van Stad Brussel) had een vergadering belegd. De Grétrywijk -dat is echt centrum Brussel- had één grote klacht: haal die zestig Russische daklozen aan de doorgang naast de GB weg want we zijn het beu elke dag door hun pis, kak, afval en gelal te moeten stappen.

Twee weken later is die doorgang dichtgemaakt met ijzeren hekken. Aandoenlijke poging want de Russen braken het meteen af en sleepten hun matrassen weer binnen. Het tweede ingrijpen was wel efficiënt. Aan weerszijden van de doorgang hebben ze een bakstenen muur gebouwd. Niemand kan er nog in. Misschien erg voor de Russen maar een goed signaal voor de bewoners.

We zijn trouwens met twee bewoners meer in ons gebouw. Er zijn twee kindjes geboren. Twee meisjes. Touba en Lia. Bijna dagelijks treffen we de mama's en de papa's in de trappenhal met de buggy en dan ga je natuurlijk vanzelf meer met mekaar praten. Dat verzacht de zeden.

Al is ons privéleven net verhard. Dat komt zo: mijn vrouw Marian volgt nu... boksles in het Zuidpaleis. Niet uit angst voor Brussel. Wel om samen te zijn met andere Brusselaars. Prachtige mix: studenten, een juweelontwerpster, een architecte, Vlaamse zaaluitbater, Bulgaarse bokstrainer, Spaanse leerling getrouwd met een Japanse, een Marokkaan die zijn Nederlands huiswerk aan Marian voorlegt. Brusselaars quoi.

Na les één hebben we de computer dichtgeklapt. Het is gedaan met immosurfen. We sparren nu, in de woonkamer. Da's veel minder deprimerend. Wanneer ik door dat sparren geblesseerd raak, is er een probleem. Onlangs onderging ik in het Sint-Jansziekenhuis, waar de koninklijke familie ook gaat, een kijkoperatietje. Het duurde wel vier maanden eer ik aan de beurt was. De chirurg en het personeel waren allemaal Franstalig maar iedereen deed zijn best om Nederlands te praten.

Bij thuiskomst op krukken, trof ik in de gang een medebewoner. Ook op krukken. Ook geopereerd? vroeg ik. 'Nee', antwoordde hij, 'ik ben tussengekomen in een gevecht op het Fontainasplein en kreeg daar een paar messteken in het been.'

Het probleem Brussel is verre van opgelost maar het jaagt ons niet meer weg.

Tot volgend jaar?

IN HET NIEUWS

Meest Gelezen

ENKEL VOOR ABONNEES

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees