Kunstschilder Bram Bogart wordt vandaag negentig

'Elke dag enkele kopjes karnemelk'

'Elke dag enkele kopjes karnemelk'

Bram Bogart: 'Weet je wat ik belangrijk vind? Mensen, aardige mensen.' RS Foto: © Rudi Smeets

SINT-TRUIDEN - Bram Bogart wordt vandaag negentig jaar. De Belgisch-Nederlandse schilder woont al 23 jaar in Sint-Truiden. Hij wordt beschouwd als een van de grootste hedendaagse kunstenaars van Europa.

'Kom binnen, mijn man heeft net zijn middagdutje gedaan', zegt Leni Vos, al 49 jaar de echtgenote van Bram Bogart. Ze wonen in het Kasteel van Kortenbos, dat in 1641 als een pelgrimshotel werd gebouwd. Wegens gebrek aan gasten verkocht de toenmalige eigenaar het aan de abdij van Averbode, die in dezelfde periode de tegenoverliggende basiliek liet bouwen. De statige residentie ligt in een park van zeven hectaren. De 40-jarige zoon, de bekende designer Bram Boo, woont een eindje verderop aan de achterzijde van het kasteel. Dochters Cornelia (47) en Inge (44) hebben hun stek gevonden in Brussel.

Een kunstliefhebber moet zich in de eeuwenoude verblijfplaats van de bejaarde kunstenaar voelen als een kind in een speelgoedwinkel. Overal hangen grote, kleurrijke werken van zijn hand. Tot voor enkele maanden breidde zijn oeuvre zich constant uit, totdat hij gezondheidsproblemen kreeg. Hij verbleef een tijd in het ziekenhuis, maar nu geraakt hij er stilaan weer bovenop.

'Ik wil er snel weer aan beginnen, want ik kan niet stilzitten', zegt hij in zijn zetel in de knusse keuken. 'Helaas heb ik voorlopig geen andere keuze. Ik houd me vooral bezig met het verzamelen van de gegevens van al mijn werken. Maat, jaartal, naam van de eigenaar en zo. Binnenkort wil ik ook naar een van mijn drie huidige expo's. New York en Londen, dat is een beetje moeilijk, maar Parijs moet lukken.'

De ongemakken van de ouderdom zijn van louter lichamelijke aard. Hij heeft onder meer last van zijn rug. Jarenlang werkte hij op de knieën aan zijn schilderijen, die gauw zo'n 150 kilo wegen. Zijn geest is echter nog helder als het water van een Zwitsers bergriviertje en hij straalt een levenslust uit die bij het gros van zijn leeftijdsgenoten ver zoek is. Bram Bogart is een ontzettend lieve man en een aangename causeur, die geïnteresseerd luistert naar het verhaal van zijn gesprekspartner.

Zijn betekenis op artistiek vlak valt moeilijk te onderwaarderen. Hij is een van de grondleggers van de zogenaamde informele kunst. Van Gogh en Permeke waren zijn grote voorbeelden, maar hij evolueerde snel van een figuratieve naar een abstracte, uitgepuurde stijl. Zijn dikke, pasteuze werken bestaan uit slechts enkele kleurvakken, die hij creëerde met zelfgemaakte verfsubstanties. Daarin bekwaamde hij zich toen hij nog huisschilder was, maar al op jonge leeftijd droomde hij ervan om kunstschilder te worden.

Bram Bogart werd op 12 juli 1921 in Delft geboren als Abraham van den Boogaert. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam zijn grote droom dichterbij: hij mocht naar de academie in Den Haag. Dat kwam hem ook om een andere reden goed uit, want door die opleiding hoefde hij geen verplichte arbeid te doen in Duitsland. Kunstenaars stonden bij de nazi's namelijk hoog in aanzien.

In uw biografie lezen we dat u in 1946 liftend naar Parijs trok. Waarom deed u dat?

Bram Bogart: 'Een kunstenaar móest toen naar Parijs. Dat was de artistieke romantiek van die tijd. In de legendarische tekenacademie La Grande Chaumière in Montparnasse was ik de enige buitenlander. De romantiek was snel weg, hoor. Ik moest een bijbaantje als conciërge aannemen in Rue de Turenne om een kamertje te hebben. Armoe troef. Ik heb vaak kou geleden, maar toch was het een leuke tijd. In een leerlooierij, die als atelier was ingericht, leerde ik namen als Karel Appel en Corneille kennen. Hugo Claus kwam geregeld langs omdat hij de mannen van de Cobrabeweging wilde ontmoeten. In Parijs leerde ik ook mijn vrouw kennen. In 1960 verhuisden we naar Brussel. Tussenin werkte ik in Delft en Zuid-Frankrijk.'

Hoe kwam u in België terecht?

Bram Bogart: 'Ik wilde naar de States omdat ik me verwant voelde met de Amerikaanse kunstenaars, maar toevallig ontmoette ik kunstcriticus Jean Dypréau. Hij stelde me het huis van zijn vader ter beschikking. Drie jaar later verhuisden we naar de Manoir van Ohain, een schitterend gebouw uit de veertiende eeuw. Ik had er veel ruimte om te werken en beleefde er met mijn gezin een zeer prettige tijd, maar op zeker ogenblik moesten we vertrekken. Als huurder had ik daar geen verhaal tegen. Ik dacht : dit overkomt me geen tweede keer. We keerden terug naar Brussel, tot we dit pand konden kopen op advies van een vriend, galeriehouder Willy D'Huysser.'

U maakte schilderijen met namen als 'Haspengouw' en 'Kortenbos'. Het lijkt alsof de Limburgse omgeving u inspiratie bezorgde.

'Nou, een schilderij ontstaat toch vooral in mijn hoofd, hoor. Het ene werk genereert het andere. Een naam moet de atmosfeer weergeven en bedenk ik pas als het doek af is. Ik heb niet veel contact met de buitenwereld omdat ik van 's ochtends tot 's avonds in mijn atelier zit. Ik wil altijd werken, mijn tijd benutten. Ik kán niet anders. Dat betekent helemaal niet dat ik het hier niet prettig vind, integendeel. Ik heb leuke mensen om me heen. Mijn buurman Kamiel, bijvoorbeeld. Een gouden kerel, hij staat altijd klaar. En hij weet veel af van wijn!' (lacht)

Gaat u champagne drinken op uw negentigste verjaardag?

'Nee, enkele glaasjes karnemelk, zoals elke dag. Zonder suiker! Dat vind ik ongelooflijk lekker. Je kunt me ook verleiden met een milkshake. Misschien drink ik over tien jaar champagne, als ik honderd word. (lacht) Ik heb niets met verjaardagen, Sinterklaas, Nieuwjaar en zo. Ik ben natuurlijk wel altijd gelukkig als de kinderen met een cadeautje komen, maar ik heb er geen behoefte aan om dinsdag (vandaag, red.) in een koets rondgereden te worden.'

Roger Raveel wordt drie dagen na u negentig. Kent u hem persoonlijk?

'O ja, al jaren. We ontmoetten elkaar al in de jaren vijftig in Parijs. Hij was net als ik geïnteresseerd in de Cobrabeweging, maar we sloegen allebei een andere weg in. Hij is een aardige, heel gevoelige man. Ik ben blij dat zijn museum in Machelen-aan-de-Leie zo mooi werd. Dat was nochtans geen gemakkelijk dossier. Hij is daar toen uitgebreid met mij over komen praten.'

Uw werken hangen in musea en galerieën over de hele wereld en stijgen nog steeds in waarde. Denkt u er soms aan dat u onsterfelijk bent dankzij uw oeuvre?

'Nee, nooit. Ik vind het vooral belangrijk dat mensen van mijn werk houden, waar het ook hangt. Ik weet wel dat er in de kunst van vandaag veel snobisme bestaat, maar dat is nooit anders geweest. Weet je wat ik belangrijk vind? Mensen, aardige mensen. Als je de slotsom maakt, gaat het vooral daarover in het leven.'

Corrigeer

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio