Wat voor een dier is een Pussemier?

Wat voor een dier is een Pussemier?

Anne: zoveel Gent. Foto: Dominique Dierick

Gent - Bij wijze van experiment werden in Gent een aantal straten een maand lang autovrij gemaakt en tot leefstraat omgeschapen – zo verging het de Pussemierstraat.

De geschiedenis van Gent weerspiegelt zich in haar straatnamen – en sommige zijn extra reflectie waard.
Onze Pussemierstraat loopt parallel met de Zwartezusterstraat – Hugo Claus heeft er nog geschreven.
Wikipedia verwijst bij 'pussemier' met graagte naar burgemeester Lionel Pussemier van Eeklo – en probeert gelijk onze straat op te eisen, maar die vlieger gaat niet op (ze hebben zoiets al eerder geprobeerd).

Pussemieren of woekeraars zijn een middeleeuws fenomeen. De term 'pussem' voor woekerbank ontstond volgens het Etymologicum van Kiliaan uit een verbastering van 'pressura' en 'usura', termen voor 'druk' en 'rente'. In de vijftiende eeuw zat er zo’n bank van lening in huis De Clocke in de Pussemierstraat.

Banken met naam hielden zich ver van mensen zonder middelen. Zo kreeg in de middeleeuwen een clan van Italiaanse geldschieters - Piëmontezen of Lombarden – her en der in de Nederlanden de kans om leentafels op te richten, waar je kon lenen tegen pand. Ze betaalden voor dit privilege een flink bedrag aan de stad of de vorst en waren niet kieskeurig aan wie ze geld gaven. Zowel koningen die ten oorlog trokken als paupers die geen uitweg meer zagen, klopten bij de pussemiers aan.

Omdat ze woekerrentes rekenden (50% was geen uitzondering) en een jaar en dag na datum genadeloos het beleende pand aansloegen, werden ze in de kerkelijke ban geslagen. Ze kregen een kwalijke reputatie, maar bleven als een hechte familie de leentafels beheren.

Veruit de bekendste en rijkste pussemier in onze streken was niemand minder dan de ruwaard van Gent: ridder Simon de Mirabello.
Net als vele pandleners uit die tijd streefde hij met alle mogelijke middelen uit de kwalijke sfeer van geldlenen en in de hemel te geraken.
De lombarden kenden iets van dubbele boekhouding en sociale promotie.

Nonnekes en weeskes konden op de propvolle portemonnee van Simon rekenen. Hij kocht tot over de grens gronden en hoven (oa Sanderswal - het latere Prinsenhof) - en zijn huis in de Burgstraat werd het Naaldekensconvent.
Hij lag bij de adel als geldschieter in de bovenste schuif. In een ultieme poging zijn blazoen verder op te blinken, deed hij een delfientje en huwde de natuurlijke dochter van de graaf.

Toch is hij aan een onfortuinlijk einde geraakt.
Hij werd in 1346 vermoord omdat hij voor van Artevelde koos.
Als sponsor van de Sint-Veerlekerk werd hij daar dankbaar begraven.
 

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio