Kok Cauderlier en de Karnemelkbrug: 2 Gentse legendes

Kok Cauderlier en de Karnemelkbrug: 2 Gentse legendes

Anne: zoveel Gent. Foto: Dominique Dierick

Gent - Wist u dat Gent ooit de thuis was van een crème van een keukenmonument? Hij verzeilde hier midden negentiende eeuw en bracht het door zijn vooruitziend vakmanschap en keukenkunnen tot culinair zakenfenomeen. Veel van zijn levensloop is echter in dikke mist gehuld.

Philippe Edouard Cauderlier (1812-1887) werd geboren als ‘natuurlijke zoon’ van een dienstmeisje uit de Brusselse brouwersbuurt. Hij koos op zijn 18e het ruime sop, aan boord van het Franse koopvaardijschip Bolivar. Waarschijnlijk heeft hij zijn keukenkennis in zijn Franse jaren opgedaan, hij was autodidact en zeer belezen.

Als hij in 1842 in de Gentse St.-Jansstraat (verdwenen bij de aanleg van het Sint-Baafsplein) zijn intrek neemt, laat hij zich inschrijven als ‘taartenbakker’ – maar in die tijd was dat veelal hartige kost.
Een jaar later huwt hij Johanna Hoste (van de befaamde drukker/uitgeversfamilie) en start een vooraanstaande traiteur/delicatessenzaak in de Veldstraat 50a.
Hij weet het door een gewiekste mix van meesterschap, management en marketing zo ver te brengen dat de stad hem inhuurt voor galadiners en voor de koninklijke banketten als koning Leopold I Gent bezoekt. Hij catert vooral voor de bemiddelde bourgeoisie en is zijn tijd vooruit met ‘fancy meals on wheels’ en een ‘niet goed, geld terug’-garantie.

Na zestien jaar kookkunsten (hij is dan pas 46) hangt hij zijn kasserollen aan de haak en begint te schrijven. Hij is de eerste Belgische kok die een kookboek van betekenis schreef. Van zijn pionierswerk ‘L’économie culinaire’ dat in 1861 van de pers rolde, werden al meer dan 250.000 exemplaren verkocht.
“Het Spaarzame Keukenboek is voor alle fortuinen bestemd, voor alle personen die eene goede gezonde keuken willen maken, zonder te diep in de beurs te gaan” aldus het voorwoord.

Over één van zijn recepten schrijft hij: “Deze soep, in alle saisoen zeer goed, is in Vlaanderen zoo zeer bekend, dat ik deze regelen maar opneem, ten dienste der personen vreemd aan den lande.”

Dat karnemelksoep hier een vaste waarde was, verklaart ook waarom we hier in Gent een karnemelkmarkt en een karnemelkpoort aan St.-Jacobs hadden. En als u heel goed kijkt, kan u zelfs de restanten terugvinden van de Kernemelkbrug aan de rotonde met het Steendam.

De legende verhaalt dat daar vroeger klokslag middernacht een schim uit de Ottogracht opdook. Het zou de geest zijn van een melkmeisje dat betrapt werd op het aanlengen van haar karnemelk met water.
Uit wroeging sprong ze de gracht in en verdronk. Haar geest werd gedoemd op de brug te spoken en klaagde daarbij: "Kernmelk, kernmelk, kernmelk. Ik heb mijn arme ziel vergeten - ik heb meer water dan melk gemeten."
Uiteindelijk werd het karnemelkspook door de gebeden van haar godvruchtige wijkgenoten van haar schimmenbestaan verlost – het dempen van de Ottogracht in 1872 kan er ook voor iets tussenzitten.

Als Cauderlier op latere leeftijd begint te sukkelen met zijn gezondheid, verwerkt hij ook voedingsadvies in zijn boeken. Zijn laatste werk ‘La santé par les aliments’ verschijnt in 1872. Hij overlijdt 5 jaar later, in zijn woning op de Citadellaan en wordt op de Westerbegraafplaats in een grafkelder aan de muur van het Geuzenkerkhof begraven.

Cauderlier ligt er niet meer, het graf werd geruimd, de naam stilaan vergeten.

Nochtans, volgens de 'Wegwijzer van Gent' hebben wij vijfentwintig jaar lang (1865-1890) een ‘Cauderlierkaai’ gehad. De resem eigendommen die hij langs de Kuiperskaai (toen Quai des Tonneliers) bezat, werd later onteigend voor het Zollikofer-De Vigneplan en de straatnaam verdween.

Misschien een ideetje bij de heraanleg van de Waalse Krook?

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio