Op het strand van Nieuwpoort spoelde in de nacht van 9 op 10 maart een jonge dwergvinvis aan. De baleinwalvis werd Eugene gedoopt en getransporteerd naar de universiteit van Luik voor de autopsie. Daarbij werd zo’n 400 gram plastic in de maag teruggevonden.

Onderzoekers van het Museum Morfologie brachten Eugene vervolgens naar de faculteit Diergeneeskunde van de Gentse universiteit voor verder anatomisch onderzoek en verwerking, in de hoop zijn skelet te kunnen bewaren en in de collectie op te nemen. Gezien de jonge leeftijd van het dier zou het een heuse uitdaging worden om het skelet dat nog zeer veel kraakbeen bevat, te conserveren en monteren.

Slechts enkele maanden later is het skelet al te bewonderen in het Museum Morfologie. Op basis van andere ervaringen met walvisskeletten werd de duur van de volledige procedure veel langer ingeschat. Bij zeezoogdieren wordt het proces dag per dag geëvalueerd en bepaald wat de volgende stap wordt. Daarbij wordt druk overlegd met (internationale) collega’s omdat niemand een kant-en-klaar antwoord heeft.

Gezien Eugenes leeftijd, geschat op 1 jaar, was er nog veel kraakbeen in het skelet aanwezig. In de normale standaardprocedures om skeletten te prepareren, wordt gewerkt met hoge temperaturen. Kraakbeen lost echter op bij dergelijke temperaturen, waardoor de wetenschappers bij Eugene met zogenaamde 'koude technieken' moesten werken, die veel precairder zijn. Het vlees werd manueel zoveel mogelijk verwijderd. Met een team van een 5-tal mensen, assistenten en snijzaalbedienden, werd er twee dagen uitgebeend.

De schedel en flippers van de dwergvinvis werden met een CT-scan gescand. Op die manier was er correct anatomisch referentiemateriaal achteraf alle beenderen opnieuw ineen te puzzelen. De baleinen werden van de bovenschedel losgeprepareerd en gefixeerd in formaldehyde. Vervolgens werden vleesresten op de botten met natriumhypochloriet, (javel, maar in veel hogere concentraties dan voor huis-, tuin- en keukengebruik) weggewerkt. 

De volgende stap om de botten te bleken was een behandeling met zuurstofwater. Er bleek nog enorm veel bloed opgestapeld in de botten, dat naar buiten kwam tijdens deze behandeling. De botten begonnen als het ware te bloeden. De botten werden vervolgens ontvet. Deze stap vormt vaak een probleem voor walvisskeletten omdat de botten meestal te groot zijn voor de installaties van de faculteit Diergeneeskunde, maar deze dwergvinvis paste er zonder probleem in.

Tot slot moest het skelet gereconstrueerd worden aan de hand van literatuur, de scanbeelden en anatomische inzichten. Dat proces is intussen afgelopen en Eugene heeft een plaatsje gekregen in het Museum Morfologie aan de faculteit Diergeneeskunde, Salisburylaan 133, 9820 Merelbeke. Het museum is gratis toegankelijk tijdens weekdagen van 8.30 tot 17 uur. Rondleidingen op aanvraag: via 09 264 73 01 of Marjan.Doom@UGent.be.

Corrigeer

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio