Tavernier en Vanuytsel: twee liedjesmakers in de Bijloke

In een organisatie van de vzw De Muze stonden woensdagavond twee liedjesmakers op het podium van de concertzaal van muziekcentrum De Bijloke, die spijtig genoeg nauwelijks half volgelopen was. Maar wie kwam, wist waarvoor hij kwam, en kreeg meer dan hij of zij had verwacht: Lieven Tavernier had er met White Velvet de groep van stadscomponiste An Pierlé bij, en bovenop An ook nog eens een tweede backing vocal, wat hem de mogelijkheid gaf grapjes te maken over de zusters van liefde. En ook Vanuytsel verraste, met een gebalde setlist, en een stevige begeleidingsgroep die af en toe de bluesy toer op ging.
Print

 Presentator Zaki vond dat zijn taak als presentator voor één keer eigenlijk overbodig was: bij Lieven Tavernier kon hij het publiek nog het extraatje meegeven dat hij (Zaki) An Pierlé nog had horen zingen op de fiets, toen ze bij hem in de buurt woonde, maar bij Zjef Vanuytsel hoefde geen uitleg. Zaki was dan ook konsekwent met zichzelf, en gaf geen uitleg, behalve dit: dat hij één keer een beetje kwaad geweest was op Vanuytsel, namelijk op het moment dat Vanuytsel besliste te stoppen met zingen, om het vak dat hij gestudeerd had te gaan uitoefenen: architect.

Lieven Tavernier mag dan vooral gekend zijn als leverancier van nummers voor onder meer Jan De Wilde, voor wie hij De fanfare van honger en dorst en De eerste sneeuw maakte, de man heeft ook eigen werk, en bracht recent de nieuwe cd Witzand uit.

Zowel De fanfare van honger en dorst en De eerste sneeuw  zaten in de set van Tavernier, maar dan wel in heel bijzondere versies: het was An Pierlé die zichzelf begeleidde op piano voor een wel heel intieme versie van De eerste sneeuw, en ook De Fanfare van Honger en Dorst, klonk uit de mond van Tavernier heel anders dan de versie van Jan De Wilde.

Tavernier bracht vooral nummers uit zijn recent verschenen cd Witzand, en opende met Alleluja, gevolgd door Zij kent haar licht niet, zij en Laura Gemser en Witzand, waarop An Pierlé en Cleo Janse (ook te horen bij The Bony King of Nowhere) zich duidelijk lieten horen. De twee zouden later overigens nog een quatre-mains aan de piano doen.

Tavernier heeft het in zijn nummers wel vaker over het andere geslacht, en dat blijkt ook uit de titels Valerie en Alice. 

Na de pauze Vanuytsel dus. Zjef speelde niet op zeker, en wachtte tot na drie nieuwere nummers om naar zijn meest herkenbare nummer De zotte morgen te grijpen. Dat liet hij dan wel meteen volgen door Houten Kop en Zal je dan nog voor me zorgen, gevolgd door het al even rustige Ik weet wel mijn lief. 

Vanuytsel _ die het niet moet hebben van een heel groot stembereik _ had een groep bij die geen schrik had om er al eens een stevige gitaarsolo, akkordeon en sax tegenaan te gooien, waardoor de nummers muzikaal vol en stevig klonken.

 Vanuytsel bouwde zijn set ook heel goed op en wisselde oud en nieuw werk af, om te eindigen met Tussen Antwerpen en Rotterdam, Marlene en Laat alleen mijn goede vrienden over. Een prachtig nummer, maar Vanuytsel was bij dat nummer spijtig genoeg niet op zijn best als zanger. 

 Spijtig dat er niet meer volk was voor het toch wel fijne concert. Maar zowel Tavernier als Vanuytsel zijn tijdens de Gentse Feesten te zien en te horen. Tavernier zowel op het Laurentplein als op het groot podium van Sint-Jacobs en in cafe De Loge, Vanuytsel op de Korenmarkt.

 

  

 

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio