Wonen in de onzichtbare stad

Print
Hoe maak je van een ordinaire betonnen doos van 20 meter diep en tien meter breed een comfortabele woonst? Architecten Carl en Nico Verdickt hebben er zo hun eigen visie op: met zo weinig mogelijk ingrepen zo veel mogelijk bereiken. Het gerenoveerde magazijn waarin Carl zelf woont is een schoolvoorbeeld van inbreiding.

Stedenbouwkundigen hebben de mond vol van inbreiding. In mensentaal betekent dat zo veel als: niet naar buiten trekken, maar binnen de muren van de stad zelf op zoek gaan naar plekken die de potentie hebben om te veranderen in aangename woningen. ''De stad herwaarderen van binnenuit'', zegt Carl Verdickt. ''Wij hebben het soms over de onzichtbare stad. Zeker in wijken met een industrieel verleden blijft er een schat aan depots en magazijnen waar gigantische woonmogelijkheden liggen. Mensen zien vaak alleen de gevels, niet wat erachter ligt.''

Het voormalige magazijn van een schroothandelaar in Antwerpen Noord was het typevoorbeeld van zo'n plek. Een gesloten voorgevel, waarachter een schat aan vergeten ruimte bleek schuil te gaan. Al was er het oog van een kenner voor nodig om de mogelijkheden effectief te zien. ''Het gebouw was donker, muf en ingesloten'', zegt Carl Verdickt. ''Het straalde niets uit. Maar eigenlijk was het wel heel dankbaar.''

Het gebouw in kwestie is een L-vormig pand in de Antwerpse Seefhoek. Een L met een korte en een lange zijde, loodrecht op elkaar, elk deel bestaande uit twee niveaus.

Olijfboom als kunstwerk

Dat vergeten industrieel pand verbouwen tot een aangename gezinswoning was de opdracht. Het is de architect zelf die er met zijn vrouw en binnenkort ook met hun eerste kindje woont. Het grootste karwei was om in het donkere muffe gebouw licht en lucht binnen te halen. Dat kon alleen door dingen weg te halen. Daarbij werd handig gebruik gemaakt van de structuur van het gebouw. De eigenlijke woning kwam op de eerste verdieping van het lange volume, een ruimte die met tien op twintig meter meer dan plaats genoeg bood om een gezin behoorlijk ruim te huisvesten. Stalen dwarsbalken verdelen het lange volume in vijf gelijke delen. In het middelste deel werd een centrale lichtschacht gemaakt, die van bovenaf in het hele huis licht binnenbrengt.

De schacht brengt niet alleen licht in de woning, tegelijk breekt ze ook de ruimte, die eigenlijk te groot was om nog aangenaam te zijn. In het eerste deel, vooraan, ligt nu de keuken-eetplaats. Achteraan, voorbij de lichtschacht, ligt de zithoek. Door de centrale lichtschacht verandert de oriëntatie van de ruimtes. In plaats van één lange verticale ruimte, krijg je twee horizontaal gerichte plaatsen.

De lichtschacht is het hart van het gebouw geworden. Zeker door de olijfboom die er in een prachtige pot middenin werd geplaatst. Die blikvanger werkt. Bij het binnenkomen kan je niet naast het miniatuurboompje kijken dat de allures van een kunstwerk heeft.

Behalve de lichtschacht is de enige ingreep in de lange ruimte een kastwand die over de hele zijwand loopt en met verrijdbare stalen panelen wordt afgesloten. Naar wens maak je in de keuken de voorraadkast, de gootsteen of het berghok voor de schoonmaakspullen vrij. In de zithoek zitten achter de wand de bureaus van de bewoners. ''Je stopt weg wat je niet wil laten zien'', zegt Verdickt. ''Voordeel is dat je kunt werken met eenvoudige rekjes uit de doe-het-zelfzaak.''

In de keuken krijgt voorts het kookeiland alle aandacht. Vooral het dikke betonnen werkblad is origineel. ''Een ingeving van het moment', zegt Verdickt. ''De vloer bestaat uit polierbeton. Toen ze die aan het gieten waren, volstond het om nog een bekisting voor het blad te maken. Door het feit dat alles om beton te maken toch aanwezig was, is de kostprijs van het werkblad zeer laag.'' Het werkblad werd gecombineerd met kastjes die bekleed werden met hetzelfde bamboeparket van op de bovenverdieping.

Bamboehout brengt warmte

Die bovenverdieping bereik je via een kunstig opgebouwde trap langs de lichtschacht. Het eerste deel is in de ruimte neergezet als een los meubel. Het tweede deel bestaat uit zwevende treden in beton. De bovenverdieping grijpt in U-vorm om de lichtschacht heen en telt een badkamer en vier eenvoudige slaapkamers. Het oorspronkelijke idee was nochtans om de slaapvertrekken op de gelijkvloerse verdieping te voorzien. Maar de ruimte daar bleek niet geschikt. Ze was te groot en te kil om er knusse plekjes in te maken waar elk gezinslid zich rustig kan terugtrekken. De benedenruimte kreeg geen functie, op het hoekstuk na, waar een stadstuin komt. Een reusachtige speelruimte, feestzaal, verkoop- of tentoonstellingsruimte? Je kunt voor de benedenruimte tientallen toepassingen bedenken. Ook dat feit kadert in de filosofie van de architecten. ''Een gebouw moet makkelijk van functie kunnen wisselen'', zegt Carl Verdickt.

In het dwarsvolume kwam op de eerste verdieping het terras. Een terras met afmetingen waar veel stadsbewoners alleen van kunnen dromen. Omdat de stalen dwarsbalken behouden werden, heerst er een aparte sfeer. Meer dan een terras, is dit een tuinkamer, een kamer in openlucht. Als je op je tenen staat, zie je nog net de satellietantennes die vanop de daken van de omringende huizen de hoogte ingaan. ''Dan voel je de lelijkheid van de stad'', vindt Carl Verdickt. ''Maar ook die lelijkheid heeft weer iets.''

Met uitzondering van de toneelgordijnen in bordeaux fluweel, zijn het alleen de materialen die aan de woning kleur geven. Het roodbruine roest van de kastwand, de muren die, zoals voorheen, werden witgekalkt, het grijsblauw van de betonnen vloer, het bamboehout dat voor warme accenten zorgt. ''Op die manier blijft de sfeer intact'', denkt Verdickt. ''Ik wil niet dat je hier over vijf jaar kunt zien wat in 2003 mode was.''