Strijd om de bergprijs

Wie durfde vorig jaar voorspellen dat Franco Pellizotti - ondertussen wandelen gestuurd door zijn biologisch paspoort - met de bolletjestrui zou paraderen over de Champs-Elysées?

 Wie deed dat twaalf maanden voordien met Bernhard Kohl - helemáál geen renner meer - en nog een editie vroeger met Mauricio Soler?

Om maar te zeggen dat er nauwelijks voorspellingen te maken vallen. Niet dat het bergklassement in een grote ronde zomaar te versmaden valt, maar de kandidaten uiten zich doorgaans pas in de loop van de wedstrijd. De basis wordt immers al eens gelegd via één of andere lucratieve ontsnapping, met de zegen van de tenoren die zich bezig houden met een hoger doel: de strijd om het geel. Vandaar dat zo'n monstervlucht al eens genoeg punten oplevert om van bolletjes te dromen.

Kijk maar hoe Matthew Lloyd het voor Omega Pharma-Lotto fikste in de jongste Ronde van Italië. Een lange ontsnapping die hem het groene bergshirt opleverde en dan helemaal op het einde van de Giro nóg eens in het offensief om een dreigende Basso af te houden. Helemaal met instemming van de rozetruidrager overigens. Wat kon het dié schelen?

Daarom dat het zo moeilijk valt om favorieten naar voor te schuiven voor dat bergklassement. Ze moeten deftig kunnen klimmen natuurlijk, maar echt top hoeven ze ook weer niet te zijn in het hooggebergte. Dat gevleugelde van een Lucien Van Impe destijds is absoluut niet meer nodig om de bolletjes thuis te brengen. Uiteraard zullen een Alberto Contador, een Andy Schleck en co. hun punten wel pakken, maar ze zullen er geen bijzondere moeite voor doen. Dat laatste is misschien wel het geval met podiumkandidaten die in de loop van de Ronde vaststellen dat het schavotje deze keer toch te hoog is gegrepen. Zo'n renner als Samuel Sanchez of zelfs Carlos Sastre misschien. Namen noemen blijft sowieso bijzonder riskant.